Anti-witwaswetgeving en witwassen

Anti-witwaswetgeving (preventieve witwaswet – wet 11 januari 1993)

In haar zoektocht naar vooral financiële en fiscale criminaliteit vindt de overheid steeds vaker een bondgenoot in de vanuit Europa geïnspireerde anti-witwaswetgeving. Deze wetgeving verplicht onder meer banken en verzekeringsinstellingen, maar ook tal van andere dienstverleners, om melding te maken van “verdachte transacties” die zij binnen de uitoefening van hun beroep vaststellen; m.a.w. mogelijke witwas transacties of praktijken.

Deze regelgeving kwam in mei 2017 nog nadrukkelijk in het nieuws naar aanleiding van een rechtszaak tegen de Nederlandse bank ING. In deze zaak trad Mr. Stijn de Meulenaer op als expert in de Belgische geschreven pers

Om aan deze verplichting te voldoen wordt voornamelijk in de bank- en verzekeringssector gebruik gemaakt van performante software die transacties opspoort die niet passen bij uw bankprofiel. Wanneer de bank een dergelijke transactie vaststelt en niet meteen een verklaring vindt, meldt zij deze door aan de zogenaamde witwascel (CFI), die op haar beurt een onderzoek start dat zelfs kan uitmonden in een strafdossier.

Steeds vaker krijgen wij als advocaat anti-witwas cliënten over de vloer die tengevolge van een anti-witwasmelding worden geconfronteerd met een blokkering van hun bankrekeningen. Soms bestaat er echter een logische verklaring voor één of meerdere op het eerste gezicht verdachte transacties op basis waarvan een vrijgave kan worden bekomen van het gelegde beslag en waardoor - vooral - erger kan worden voorkomen.

Praktijkvoorbeeld

Een Belgische vennootschap die wereldwijd handel drijft ontving op korte termijn omstandige bedragen van een Iraanse klant.  De compliance afdeling van de bank die de betalingen ontvangt meldde dit aan CFI (witwascel) die op haar beurt door meldde aan het parket, dat besliste om beslag te leggen op de bankrekening van de vennootschap.  Op basis van een gedetailleerd rapport dat aantoonde dat de transacties berusten op reële leveringen en contracten besloot het parket na onze tussenkomst om het beslag te lichten.

Witwassen (repressieve witwaswet - art. 505 Strafwetboek)

Ook in gevallen waar terecht een melding werd gedaan is de kennisname van bijvoorbeeld een geblokkeerde bankrekening vaak het moment om actie te ondernemen door de gevolgen van een gepleegde fraude recht te zetten via een sociale of fiscale regularisatie of zelfs via een minnelijke schikking. Witwassen is immers ook strafbaar gesteld (art. 505 strafwetboek) en de vervolgings- en bestraffingsmogelijkheden zijn niet van de poes. Door tijdig in te grijpen kan een strafproces ofwel worden vermeden, minstens kunnen de gevolgen hiervan zoveel mogelijk worden ingeperkt.

Zolang u niet bent overgegaan tot regularisatie, bestaat de mogelijkheid dat u zich dient te verantwoorden voor ofwel de fiscus (voor fiscaal niet verjaarde fraude, lees voor de periode van de laatste 7 jaren) dan wel voor de strafrechter die u zelfs voor fiscaal verjaarde fraude kan veroordelen aangezien dit vanuit juridisch oogpunt het in de praktijk quasi onverjaarbare misdrijf ‘witwassen’ vormt.

Ons kantoor heeft een uitgebreide expertise opgebouwd in zowel de verdediging van fiscale fraudezaken voor de fiscus als voor de strafrechter, als voor wat de negotiatie van een minnelijke schikking met het parket en de fiscus betreft.

Praktijkvoorbeeld

Een natuurlijke persoon was houder van een bankrekening in Zwitserland met daarop een omstandig vermogen. Het openbaar ministerie meende dat dit vermogen illegaal was verworven en ging over tot dagvaarding voor de strafrechter waar ze de man betichtte van witwassen.  De rechter sprak de man vrij omdat we het – op basis van een door een bedrijfsrevisor opgesteld cijferrapport – aannemelijk maakten dat het vermogen wel degelijk een legale herkomst had.