Witwassen

Category Archives

Fiscale regularisatie nog mogelijk tot 31 december 2023

Blogbericht delen

Fiscale regularisatie is een must voor wie nog onaangegeven zwarte inkomsten of vermogen heeft

De fiscale regularisatie bestaat al sedert 2004, maar is meer dan ooit actueel. Sterker zelfs: wie ooit  zwarte inkomsten of vermogen genoot, zij het in het buitenland, zij het in België, en zich nadien niet (op de juiste manier) in regel stelde, moet zich realiseren dat hij/zij zich  in het oog van een perfecte storm bevindt die de Belgische regering zorgvuldig heeft opgebouwd.

Common Reporting Standards (CRS)

Lang geleden was de vraag of zwarte inkomsten en vermogen dat voornamelijk in het buitenland werd aangehouden aan het licht zouden komen.  Deze vraag hoeft vandaag geen antwoord meer: de Belgische  fiscus krijgt jaarlijks van meer dan 100 ander landen informatie over alle Belgen die in die landen inkomsten genoten (op basis van de zogenaamde Common Reporting Standards of CRS).  Onder deze landen zijn ook Luxemburg en Zwitserland begrepen, en zelfs verschillende zogenaamde meer exotische “belastingparadijzen” (klik hier voor de lijst met aangesloten landen).

Heeft u een bankrekening in het buitenland?  De Belgische fiscus wordt hiervan zonder dat hij hierom hoeft te vragen jaarlijks ingelicht.  Op deze wijze riskeren alle Belgen die vermogen in het buitenland bezitten en daar inkomsten uit verwerven terwijl ze dit vermogen en deze inkomsten niet aangeven, elk jaar om het voorwerp te worden van een fiscale controle.  Akkoord, de fiscus heeft niet de mankracht om iedereen jaarlijks te controleren, maar het enkele feit dat de fiscus jaarlijks een knipperlichtje boven uw aangifte ziet branden, is een jaarlijks weerkerend risico op controle.

Ultimate Beneficial Owner (UBO) 

Heeft u beslist om uw buitenlands vermogen in een constructie aan te houden?  Ook dan komt u in beeld bij de fiscus.  Op basis van de 4e Europese Antiwitwasrichtlijn zijn Europese vennootschappen sedert enige tijd verplicht om aan te geven welke natuurlijke personen hen controleren.

Het enkele feit dat uw buitenlandse bankrekening door een buitenlandse vennootschap wordt aangehouden zorgt er misschien nog steeds voor dat de Belgische fiscus op basis van de CRS niet wordt ingelicht over het bestaan van deze rekening.  Maar het feit dat u deze vennootschap controleert wordt wel niet langer verborgen gehouden.

Alhoewel de verplichting om de UBO’s aan te geven op dit ogenblik enkel voor Europese lidstaten geldt, is de vraag hoelang het nog gaat duren vooraleer dit ook van toepassing wordt op meer exotische constructies.  De met de regelmaat van de klok opduikende schandalen (zoals de Pandora papers) leggen steeds meer internationale druk op deze landen.

De preventieve witwaswet

Maar de grootste druk komt wellicht van uw eigen financiële instelling.

Op basis van de preventieve antiwitwaswetgeving is uw bankier, maar ook uw levensverzekeraar en beursinstelling al geruime tijd verplicht om een profiel van haar cliënteel op te maken, en telkens wanneer ze weten, vermoeden of redelijke gronden hebben om te vermoeden dat geldmiddelen, verrichtingen of pogingen tot verrichtingen verband houden met “witwassen van geld” zijn ze verplicht om hiervan aangifte te doen aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI/CTIF).

Op basis hiervan zet de banksector al langer druk op buitenlands vermogen, en eist ze sedert enkele jaren dat vermogen dat uit het buitenland afkomstig is zuiver is. Ofwel kan u dit aantonen, zoniet dient u langs het Contactpunt voor Regularisaties te passeren voor een fiscale regularisatie.  De preventieve antiwitwaswetgeving, maar ook de strafrechtelijke verantwoordelijkheid die de banken mogelijks lopen wanneer ze meewerken aan fiscale fraude of het verbergen ervan (art. 505 Strafwetboek), doet de financiële instellingen steeds meer beslissen om kapitaal te weigeren, en zelfs om bankcliënten aan de deur te zetten.

De Circulaire 2021_12 van de Nationale Bank van België (NBB)

Deze druk wordt sedert juni 2021 bovendien omstandig verhoogd door de Nationale Bank van België.  In een Circulaire die van toepassing is op alle banken, verzekeraars en beursinstellingen die actief zijn op vlak van vermogensbeheer of die levensverzekeringsovereenkomsten met een eenmalige premie uitgeven (bv. TAK 21 en 23) en grote bedragen repatrieerden of repatriëren, verplicht de NBB het uitvoeren van een interne audit.

In deze interne audit dienen de banken (1) de procedures met betrekking tot repatriëring en fiscale regularisatie te beschrijven die zij over de jaren hebben hebben gehanteerd, en (2) om op basis van steekproeven tegen uiterlijk 30 juni 2022 een “lookback” uit te voeren over oude repatriëringen en fiscale regularisaties.  Wanneer uit deze oefening ‘aanzienlijke tekortkomingen’ blijven, dient de bank, verzekeraar of beursinstelling een proportioneel actieplan op te stellen tegen uiterlijk 30 september 2022.

De achterliggende reden van deze oefening bestaat er voornamelijk in om na te gaan of banken (vooral in de periode voorafgaand aan 2016) niet al te gemakkelijk kapitaal hebben gerepatrieerd waarvan enkel de inkomsten over de laatste 7 jaren werden aangegeven, maar waarvan de herkomst zelf niet werd onderworpen aan een fiscale regularisatie.

Deze oefening verloopt momenteel in een relatieve stilte, maar zal er bij menige financiële instelling toe leiden dat oude, onvolledig geregulariseerde dossiers, naar boven komen en wellicht reeds in de tweede helft van 2022 aan de CFI zullen worden gemeld.

De mogelijkheid om een fiscale regularisatie door te voeren loopt af op 31 december 2023

Reeds in het regeerakkoord van de regering De Croo werd tussen de coalitiepartners overeengekomen dat de mogelijkheid om nog een fiscale regularisatie aan te vragen via het Contactpunt voor Regularisaties op 31 december 2023 zou eindigen.

Dit voornemen werd inmiddels ook wettelijk verankerd in de Wet van 16 maart 2021.

 

Conclusie: de perfect storm

Het is duidelijk dat het samenspel van de hierboven vermelde overheidsmaatregelen, ervoor zorgt dat wie nog zwarte inkomsten of kapitaal heeft dat niet (volledig) werd geregulariseerd vanaf 2022 ernstig in de problemen dreigt te komen.

Dit kan tot 31 december 2023 nog vermeden worden door een dossier tot fiscale regularisatie in te dienen bij het Contactpunt voor Regularisaties.

 

Everest anti-fraud als uw partner

Ons kantoor begeleidde in de verschillende regularisatiegolven al honderden cliënten met een dergelijk probleem, en geniet bovendien een uitstekende reputatie op vlak van fiscale regularisatie.  Mr. Stijn De Meulenaer schreef verschillende publicaties over het thema, en geeft bovendien ook vaak lezingen en seminaries waarin hij – dikwijls met de Voorzitter van het Contactpunt voor Regularisaties – de mogelijkheden tot en noodzaak aan fiscale regularisatie toelicht.

Everest anti-fraud heeft er altijd voor gekozen om niet alleen de inkomsten, maar ook de herkomst van het kapitaal te onderwerpen aan een fiscale regularisatie, wat ervoor zorgt dat wij uw dossier op een geloofwaardige manier kunnen rechtzetten waar nodig.

Heeft u vragen?  Aarzel dan niet om ons vrijblijvend te contacteren via anti-fraude@everest-law.be.

Lees ook onze blog over “regularisatie van Belgisch kapitaal”


Webinar fiscale fraude

Blogbericht delen

Op dinsdag 30 maart 2021 geeft Mr. Stijn De Meulenaer via Lexalert een webinar met als thema “fiscale fraude, een strafrechtelijk risico”.

Inschrijven kan via de website van de organisator.

Mogelijkheden en knelpunten verloop (fiscaal) strafdossier.
Dit praktijkseminarie analyseert het verloop van een (fiscaal) strafdossier.  Op basis van concrete aandachtspunten analyseert Stijn De Meulenaer volgende onderwerpen:
– Aanvang dossier: hoe start dit?
– Verloop onderzoek, met aandacht voor verhoor en inzage en onderzoeksmaatregelen
– Bespreking mogelijkheid minnelijke schikking en plea bargaining
– Bespreking mogelijkheden bij strafrechtelijke verdediging (met focus op witwassen).

Concrete uitwerking Fiscaal strafrecht en fiscale strafprocedure
Fiscaal strafrecht

– Het strafrechtelijk risico toegelicht
– Fiscaal strafrecht in de praktijk, met specifieke aandacht voor
— Enkele fiscale misdrijven, met casus
— Witwasmisdrijven, met casus
Fiscale strafprocedure
– Het fiscaal strafonderzoek
— Opsporingsonderzoek vs gerechtelijk onderzoek
— De rol van de fiscus tijdens het onderzoek (una via)
— Het verhoor: bespreking van verschillende mogelijkheden
— De mogelijkheden tot tussenkomst voor de verdachte
— inzage
— bijkomend onderzoek
— Beëindiging van het strafonderzoek
– De minnelijke schikking
– De voorafgaande erkenning van schuld
– Het vonnisgerecht
— De strafvordering – Bestraffing met bijzondere aandacht voor de verbeurdverklaring
— De burgerlijke vordering – De fiscus als burgerlijke partij

Schrijf je in via Lexalert.

 

 


De onderneming voor de strafrechter

Blogbericht delen

Kan een onderneming strafrechtelijk worden vervolgd? Jazeker. Rechtspersonen hebben nu eenmaal een eigen strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid dient steeds te worden onderscheiden van deze van de natuurlijke personen (denk aan bedrijfsleiders) die voor de onderneming hebben gehandeld of dit hebben nagelaten.

Welke ondernemingen zijn vatbaar voor vervolging?

In principe kan elke rechtspersoon door een strafrechtbank aansprakelijk worden geacht. Dit is nog niet lang het geval. Tot voor de wetswijziging van 2018, werden publiekrechtelijke entiteiten zoals de Belgische Staat, de gewesten, de steden,… niet beschouwd als rechtspersonen (net als feitelijke verenigingen zoals vakbonden en politieke partijen). Nu behoren deze publiekrechtelijke entiteiten wél tot de club van de rechtspersonen met strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

De uitbreiding van de wetgever vereist weliswaar enige nuancering, aangezien de tussenkomst van de strafrechter ten aanzien van deze publiekrechtelijke instanties beperkt blijft. Enkel het uitspreken van een “eenvoudige schuldigverklaring” is mogelijk. Geen zware sancties dus voor de stad of de gemeente.

Voor welke misdrijven kan een onderneming worden gestraft?

Een rechtspersoon is enkel strafrechtelijk aansprakelijk voor het plegen van twee “soorten” misdrijven. De eerste categorie betreft de misdrijven die een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen. Denk hierbij aan een onderneming die haar cliënteel advies geeft over interessante beleggingen, en vervolgens aandelen verkoopt op basis van een valse overeenkomst. De tweede categorie van misdrijven betreft degene die, zoals zal blijken uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd. Hierbij kan worden gedacht aan vervalsing van de jaarrekening.

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon zal vaststaan van zodra de verwezenlijking van het misdrijf hetzij volgt uit een wetens en willens genomen beslissing binnen de rechtspersoon, hetzij het gevolg is van een binnen deze rechtspersoon gepleegde nalatigheid.

Kan naast de onderneming ook de bedrijfsleider worden gestraft?

Het is niet ondenkbaar dat zowel de onderneming als de bedrijfsleiders op de beklaagdenbank terecht komen.

Tot voor 2018 was het zo dat een onderneming en de natuurlijke persoon enkel samen veroordeeld konden worden, wanneer het misdrijf opzettelijk werd gepleegd. Anders was dat voor niet opzettelijke misdrijven. In dat geval kon enkel de onderneming dan wel de natuurlijke persoon worden veroordeeld, afhankelijk van wie de zwaarste fout pleegde (decumulregeling).

Sinds 2018 is de decumulregeling afgeschaft. Sedertdien kunnen rechtspersonen en natuurlijke personen samen worden veroordeeld voor zowel opzettelijke als onopzettelijke misdrijven.

Besluit

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen valt niet meer weg te denken uit ons rechtssysteem. Ondernemers en ondernemingen worden dan ook meer en meer geconfronteerd met hun strafrechtelijke aansprakelijkheid. Ook in de wetgeving stellen we dit vast: er zijn amper nog economische, sociale, fiscale en milieuwetten die niet meer voorzien in strafbepalingen.

Ondernemingen moeten zich bewust zijn van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid die rust op zowel de onderneming als op de bedrijfsleiding.

Komt deze bewustwording te laat, dan loert een strafrechtelijke veroordeling om de hoek.

Zowel bij het voorkomen van strafrechtelijke verantwoordelijkheid als bij de strafrechtelijke procedures en alle stappen tussenin, kunnen wij u en uw onderneming bijstaan.

Contacteer ons gerust met uw bijkomende vragen.


Propere handen worden witgewassen

Blogbericht delen

Voetbalclubs en -makelaars vallen vanaf nu onder de preventieve antiwitwaswet.

De operatie propere handen in het Belgisch voetbal bracht aan het licht dat de Belgische competitie helaas soms het decor vormt van fraude.  In de nasleep van dit onderzoek werd door een prompt opgerichte expertencommissie nagedacht over oplossingen. Één van de mogelijke maatregelen was het profvoetbal onder de preventieve antiwitwaswet te brengen. Op 15 juli werd in de kamer een wet goedgekeurd die voetbalploegen uit eerste klasse en voetbalmakelaars onderwerpen aan de antiwitwaswet.

De wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten is een omzetting van de Europese antiwitwasrichtlijn. De entiteiten die aan de wet zijn onderworpen hebben onder meer de plicht om hun cliënten te onderwerpen aan een klantenonderzoek en om vermoedelijke witwasoperaties te melden aan de cel voor financiële informatieverwerking (CFI).

Klantenonderzoek en meldingsplicht

Het zogenoemde know your customer principe houdt in dat voor elke cliënt een individuele risicobeoordeling dient te gebeuren. In voorkomend geval moet ook de uiteindelijke begunstigde worden geïdentificeerd. De risicobeoordeling gebeurt rekening houdend met de kenmerken van de cliënten, producten, diensten of verrichtingen die ze aanbieden, de betrokken landen, en de leveringskanalen waarop een beroep wordt gedaan. De identificatie van de uiteindelijke begunstigde zal moeten gebeuren door het UBO-register te raadplegen. Wanneer de onderworpen entiteiten geen klantenonderzoek kunnen verrichten mogen zij met de cliënt geen zakelijke relatie aangaan. Daarnaast zullen Voetbalploegen en makelaars vanaf nu ook de plicht hebben om vermoedens en feiten van witwassen te melden aan de CFI.

Indien deze verplichtingen niet worden voldaan kunnen de clubs en makelaars een administratieve geldboete van maximaal 1.250.000 euro krijgen. Andere sancties zijn de intrekking of schorsing van een eventuele vergunning of zelfs een beroepsverbod. Bovendien loopt elke club of makelaar die zich medeplichtig maakt aan eventuele witwasmisdrijven uiteraard het risico strafrechtelijk te worden gesanctioneerd.

Deze maatregel wordt gekoppeld aan de oprichting van een clearing house. Deze instantie moet de financiële transacties in het Belgisch voetbal in kaart brengen. De Pro League wil met deze ingrepen bewijzen dat het haar menens is. Transparantie moet het Belgisch voetbal van malafide toestanden af helpen.


Wat is witwassen en wat zijn de gevaren?

Blogbericht delen

Witwassen: de silent killer van het ondernemingsstrafrecht

Wat is witwassen?

Stel: je wordt zonder reden aan de deur gezet door je bankinstelling.  Veel kans dat dit een gevolg is van de zogenaamde preventieve witwaswetgeving (wet van 18 september 2017).  Op basis hiervan zijn banken niet alleen verplicht om hun bankklanten te identificeren (Know Your Customer of KYC), maar ook om – telkens wanneer ze weten of vermoeden dat een klant geld bezit of verrichtingen doet die verband houden met witwassen – hiervan melding te doen bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) ook wel de Witwascel genoemd.  Eens de compliance-afdeling van je bank beslist om een einde te stellen aan de bancaire relatie, is het veelal te laat (cf. DS 25 september 2020).

En wanneer, al dan niet na onderzoek door de CFI, het parket een strafdossier opent, is het ook vaak de vervolging voor ‘witwassen’ die het meeste angst inboezemt in fraudedossiers.

Maar wat is witwassen nu precies?

Alhoewel de strafbaarstelling vanuit technisch oogpunt zeer ingewikkeld voorkomt, is het fenomeen op zich niet zo moeilijk uit te leggen.  In feite komt het erop neer dat ‘witwassen’ een zogenaamd “vervolgmisdrijf” is.  Of anders gezegd: er kan slechts sprake zijn van witwassen, wanneer er voorheen een ander misdrijf (diefstal, oplichting, misbruik van vertrouwen, corruptie, valsheid in geschriften, …) werd gepleegd waarmee een vermogensvoordeel werd bekomen.  De manipulatie van dit per definitie illegaal verkregen vermogensvoordeel, is dan wat afzonderlijk strafbaar wordt gesteld als ‘witwassen’.

Vanuit technisch oogpunt kent ons Belgisch strafrecht niet 1 maar wel 3 witwasmisdrijven, die omschreven worden in artikel 505, eerste lid, 2° – 4° Strafwetboek.  In feite komt het erop neer dat zowat elke handeling die met een illegaal verkregen vermogensvoordeel wordt gesteld strafbaar wordt gesteld, wanneer deze met het vereiste strafbaar opzet werd gepleegd.  Concreet worden zo strafbaar gesteld: het kopen, ruilen of om niet ontvangen, bezitten, bewaren of beheren van illegale vermogensvoordelen (= eerste witwasmisdrijf); het omzetten of overdragen ervan (=tweede witwasmisdrijf) en het verhelen of verhullen van de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom ervan (=derde witwasmisdrijf).

Opdat voornoemde handelingen strafbaar zouden zijn, dienen ze met een strafbaar opzet te zijn gepleegd.  Concreet wil dit zeggen dat, voor het eerste en derde witwasmisdrijf, dient aangetoond te zijn dat de dader op het ogenblik dat hij de handeling stelde de illegale oorsprong kende of moest kennen.  Voor het tweede witwasmisdrijf dient te worden aangetoond dat de dader de bedoeling had om de illegale herkomst te verbergen of een persoon te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden.

De brede omschrijving en vooral de combinatie van de 3 witwasmisdrijven samen, maakt dat in quasi elk fraudedossier waar nadien handelingen worden gesteld met ‘de buit’, er ruimte is om niet enkel voor het basismisdrijf (bv. oplichting) te vervolgen, maar ook op basis van witwassen.

Het gevaar van het witwasmisdrijf

De laatste jaren zien we steeds meer aandacht voor witwassen bij het parket.  En dat heeft daar goede redenen voor.

Witwassen is een autonoom misdrijf. Dit autonome karakter heeft een aantal belangrijke gevolgen.  Het is ten eerste niet noodzakelijk dat de beklaagde die wordt verdacht van witwassen zichzelf als dader schuldig maakte aan het misdrijf waaruit de illegale geldsommen voortkwamen. Bovendien moet voor het bewijs van het misdrijf van witwassen dit basismisdrijf niet worden bewezen. In de regel moet het basismisdrijf dus niet worden gepreciseerd voor een veroordeling. Hierdoor moeten de beklaagde en zijn advocaat de legale oorsprong van de gelden ‘geloofwaardig maken’.  Slagen zij daar niet in en is de strafrechter daardoor de mening toegedaan dat hij elke legale herkomst kan uitsluiten, dan kan hij veroordelen voor witwassen.  In zekere zin wordt de bewijslast dus omgekeerd, wat het parket in een comfortabele positie plaatst.

Daarnaast is witwassen een zogenaamd voortdurend misdrijf.  Dit betekent dat de verjaring inzake witwassen pas begint te lopen van zodra de van witwassen verdachte handelingen zijn rechtgezet.  Op basis hiervan wordt vaak – terecht – gesteld dat witwasmisdrijven quasi onverjaarbaar zijn: zolang de herkomst van illegale vermogensvoordelen wordt verborgen, duurt het misdrijf voort en begint de verjaring niet eens te lopen.

Tenslotte bepaalt de wet tevens dat inzake witwassen het illegaal verkregen vermogensvoordeel verplicht moet worden verbeurd verklaard.  Dit betekent dat de dader van witwassen, naast een gevangenisstraf of geldboete, tevens riskeert om bovendien het volledige vermogensvoordeel te zien toewijzen aan de Belgische Staat.

Conclusie

De samenloop van dit alles – verregaande preventie met meldingsverplichtingen aan de CFI; doormelding aan parket; quasi onverjaarbaarheid en strenge santioneringsmogelijkheden – maakt van witwassen een steeds populairder misdrijf.  Vooral in het fiscaal strafrecht, waar het illegaal vermogensvoordeel de ontdoken belasting vormt, zijn het de contouren van art. 505 Sw. waarover het meest gepleit wordt, zowel voor de rechtbank als bij het negociëren van een minnelijke schikking of de aangifte van een fiscale regularisatie.

Ons team heeft een ruime ervaring, zowel inzake preventieve witwaswetgeving (meldingsplicht, …) als inzake strafrechtelijke verdediging inzake witwassen.  Daarnaast kunnen wij u tevens assisteren met het vinden van een minnelijke regeling met fiscus en/of parket.  Contacteer ons vrijblijvend.


Help mijn bank zet mijn rekening stop!

Blogbericht delen

Werd uw bankrekening om ongekende reden stopgezet?  Vaak is dit een gevolg van de strenge witwaswetgeving.

Banken zetten hun klanten op basis van de preventieve witwaswetgeving steeds sneller aan de deur en geven daar geen uitleg voor. Naar aanleiding van de FinCel files, waar enkele banken wordt aangewreven in het verleden de witwaswetgeving niet te hebben nageleefd, klinkt in de media de oproep om de huidige witwaswetgeving nog te verstrengen.

Mr. Stijn De Meulenaer roept de wetgever op om bij een eventuele aanpassing van de witwaswetgeving ook oog te hebben voor de gevallen waarbij bankklanten ten onrechte aan de deur worden gezet.  Cliënten die correct fiscaal hebben geregulariseerd of cliënten die – ondanks inspanningen – toch aan de deur gezet omdat ze statistisch een risico vormen, zouden een mogelijkheid moeten hebben om gehoord te worden.

Lees de volledige opinie, die op 25 september 2020 werd gepubliceerd in De Standaard, hieronder (Link):

fiscus


Gastcollege witwassen UGent

Blogbericht delen

Op dinsdag 19 maart geven Stijn De Meulenaer en Mathieu Baert een gastcollege over witwassen op de Universiteit Gent, Faculteit rechten, aan de studenten 2e master Criminologie.

Het onderwerp van het gastcollege is witwassen, en de volgende onderdelen komen aan bod:

Everest fraud is verheugd dat haar expertise op het vlak van witwassen ook op academisch vlak erkenning krijgt, en stelt haar kennis graag ten dienste van toekomstige professionals in het fraudelandschap.