Geen categorie

Category Archives

Het faillissement: wanneer is er sprake van een faillissementsmisdrijf?

Blogbericht delen

COVID-19 heeft niet enkel invloed op de fysieke gezondheid maar kan ook de financiële gezondheid van ondernemingen in het gedrang brengen. De overheid werkte reeds verschillende steunmaatregelen uit voor ondernemingen. Toch is het onvermijdbaar dat bepaalde ondernemingen en zelfstandigen het hoofd niet meer boven water gaan kunnen houden. Komen zij op structurele wijze hun financiële verplichtingen niet meer na? Dan dreigt het faillissement. Het is belangrijk dat de onderneming dan de juiste stappen zet opdat zij niet in het strafrecht verzeild geraakt.

De faillissementsmisdrijven zijn terug te vinden in artikelen 489 tot 490quater van het strafwetboek onder de afdeling “Misdrijven die verband houden met insolventie”. De onderneming heeft bepaalde verplichtingen zoals het meewerken met de curator, de aangifteplicht en het bijhouden van de boekhouding. Wij zetten de belangrijkste faillissementsmisdrijven en verplichtingen hieronder voor u op een rijtje:

Het faillissement

Wanneer een onderneming failliet gaat, wordt een curator aangesteld door de ondernemingsrechtbank. De curator doet dan onderzoek naar de toestand van de onderneming. Indien de curator onregelmatigheden vaststelt, maakt hij hiervan verslag op en stuurt dit door naar het parket. Deze fouten hoeven niet grootschalig te zijn; het kan ook gaan om kleinere vormen van fraude.

Er zijn drie voorwaarden die gemeenschappelijk zijn aan alle faillissementsmisdrijven. De eerste voorwaarde is voor de hand liggend; een faillissementsmisdrijf kan slechts gepleegd worden indien er sprake is van een faillissement. De ondernemingsrechtsbank spreekt het faillissement uit wanneer er staking van betaling is. Het Hof van Cassatie stelde dat de strafrechter hierdoor gebonden is, op voorwaarde dat de beklaagde betrokken was bij de procedure voor de ondernemingsrechtbank.

Ten tweede zijn faillissementsmisdrijven hoedanigheidsmisdrijven. Dit betekent dat zij enkel gepleegd kunnen worden door handelaars.

Tot slot dient het misdrijf gepleegd te worden nadat de voorwaarden voor faillissement aanwezig waren. In tegenstelling tot het uitspreken van de faillissementstoestand door de ondernemingsrechtbank, speelt hier de autonomie van het strafrecht wél voor 100%. De strafrechter gaat met andere woorden op zoek naar het tijdstip waarop een virtuele faillissementstoestand bestond. Of de faillissementstoestand al dan niet werd uitgesproken door de ondernemingsrechtbank is hierbij irrelevant.

Artikel 489 van het Strafwetboek: de medewerkingsplicht ten aanzien van de curator en rechter-commissaris

De misdrijven in artikel 489 worden vaak bestempeld als de “lichtste” categorie van misdrijven gezien de straffen lager liggen dan die van artikel 489bis en 489ter van het Strafwetboek. Toch zijn ook de straffen van artikel 489 geen lachertje: een maximumgevangenisstraf van 1 jaar is mogelijk en boetes kunnen oplopen tot wel 100.000 (x8) euro.

Wanneer u failliet verklaard wordt, moet u gevolg geven aan alle oproepingen van de curator en rechter-commissaris. Daarnaast dient u alle vereiste inlichtingen te verstrekken. Zo moet u bijvoorbeeld de curator tijdig inlichten indien een adreswijziging plaatsvindt of informatie verschaffen over de werkelijke bestuurders van de vennootschap. Daarnaast bestraft artikel 489 eveneens het aangaan van verbintenissen waarvoor onvoldoende tegenprestaties voorhanden zijn gelet op de financiële toestand van de onderneming. Voor deze misdrijven is geen bedrieglijk opzet nodig, loutere nalatigheid is reeds voldoende.

Artikel 489bis van het Strafwetboek: de aangifteplicht

Om te vermijden dat de schulden van een onderneming dermate aangroeien, dient tijdig aangifte gedaan te worden van het faillissement. Deze verplichting geldt voor zowel wettelijke als feitelijke bestuurders. De aangifte dient te gebeuren binnen een maand na staking van betaling. Wanneer er sprake is van staking van betaling, beslist de strafrechter op basis van concrete elementen in het dossier. Een vereiste is echter wel dat de onderneming wist dat haar situatie niet meer te redden viel. Als de onderneming er redelijkerwijze kon van uitgaan dat haar situatie zou verbeteren, bijvoorbeeld doordat zij van haar schuldeisers een afbetalingsplan kreeg, kan haar geen laattijdige aangifte verweten worden. Voor dit misdrijf is een kwaadwillig opzet nodig. Het louter te goeder trouw verkeerdelijk inschatten van de overlevingskansen kan niet leiden tot bestraffing.

Gezien de huidige Corona-crisis, wordt de aangifteplicht voorlopig opgeschort tot 31 januari 2021. De voorwaarde is echter wel dat de voorwaarden voor faillissement slechts vervuld zijn als gevolg van de Corona-crisis. De duur van de opschorting kan nog verlengd worden na 31 januari 2021 bij Koninklijk Besluit.

Artikel 489ter van het Strafwetboek: het bijhouden van de boekhouding

Om een controle toe te laten, is het natuurlijk belangrijk dat er toegang is tot de boekhouding. De onderneming dient deze dan ook te kunnen voorleggen. Indien de onderneming zich schuldig maakt aan het wegmaken van haar boekhouding – weliswaar na datum van staking van betaling – en zij dit doet met het oogmerk om te schaden, kan zij bestraft worden met een gevangenisstraf van 1 tot 5 jaar en een geldboete van 100 tot 500.000 (x8). Het is dus in het belang van de onderneming om een volledige boekhouding voor te leggen. Daarnaast bestraft dit artikel ook het verduisteren of verbergen van een gedeelte van het activa.

Dreigt u failliet te gaan en wenst u meer informatie over uw verplichtingen of wordt u geconfronteerd met een handelspartner die een faillissementsmisdrijf pleegt waarvan u slachtoffer bent, neem dan contact met ons op.


Scroll Up