Everest-Fraud

Category Archives

Laatste kans op fiscale regularisatie van Vlaamse ontdoken belastingen!

Blogbericht delen

Vlaamse fiscale regularisatie stopt op 31 december 2020

Op 31 december 2020 loopt de mogelijkheid af om Vlaamse ontdoken belastingen te regulariseren definitief af.  Dit werd zo beslist van bij aanvang, en wordt nu ook uitdrukkelijk bevestigd door de Vlaamse regering.

De mogelijkheid om federale belastingen te regulariseren blijft wél nog bestaan, en dit (minstens) tot 31 december 2023.  Dat werd overeengekomen in het regeerakkoord van de regering De Croo I.

Hoe verhouden beide fiscale regularisaties zich tot elkaar, en wat betekent dit nu in de praktijk?

In België was de mogelijkheid om ontdoken belastingen te regulariseren bij het Contactpunt voor Regularisaties uitsluitend bij wet geregeld: dit was zo sedert de zogenaamde eenmalige bevrijdende aangifte (EBA) in 2003 het daglicht zag, en werd op dezelfde wijze geregeld voor wat betreft zowel de EBA bis (van 1 januari 2006 tot 14 juli 2013) als de EBA ter (van 15 juli 2013 tot 31 december 2013).

Bij arrest van 19 september 2014 besloot het Grondwettelijk Hof echter dat de mogelijkheid om gewestelijke belastingen (meer in het bijzonder Vlaamse successie- en registratierechten, op vandaag Vlaamse erfbelasting) te regulariseren op basis van een federale wet ongrondwettelijk was.

Dit werd rechtgezet in de zogenaamde EBA quater, die is geregeld bij wet voor wat de federale belastingen betreft, maar ook bij decreet en ordonnantie voor wat de deelstatelijke belastingen betreft.  Sedertdien bestaat er dus ook een Vlaamse fiscale regularisatie.  Voor de praktische afhandeling werden samenwerkingsakkoorden tussen de verschillende overheden gesloten.

Doordat de Vlaamse fiscale regularisatie eindigt op 31 december 2020, betekent dit evident dat vanaf 1 januari 2021 geen aangiftes meer kunnen gebeuren voor ontdoken Vlaamse (erf)belastingen.  De mogelijkheid om federale, Waalse en Brusselse belastingen te regulariseren blijft echter verder bestaan.  In principe heeft de opheffing van de Vlaamse fiscale regularisatie geen invloed hierop.  Tenzij er sprake is van een “gemengde” regularisatie.  Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een belastingplichtige een bedrag wenst te regulariseren dat ooit werd geërfd maar niet werd aangegeven, en dat sedertdien verder intresten heeft opgeleverd.

Het zijn dus vooral de belastingplichtigen die erfbelastingen hebben ontdoken, die zich best nog naar de loketten van het Contactpunt voor Regularisaties begeven.  Dit kan ook op basis van een nog niet volledig dossier.  Minister Diependaele heeft immers aangekondigd dat een voorlopige aangifte voor 1 euro kan worden ingediend tot uiterlijk 31 december 2020.  Daarna beschikt de belastingplichtige nog over een termijn van 6 maanden om zijn voorlopige aangifte te stofferen en zijn Vlaamse fiscale regularisatie definitief te maken.

Een gewaarschuwd man, is er twee waard!

Meer informatie?  Contacteer ons

 


Regeerakkoord schudt nog eens aan fiscale regularisatie-boom

Blogbericht delen

Wat zegt het regeerakkoord over fiscale fraudebestrijding?

Bij het schrijven van het regeerakkoord van de regering De Croo I werd overeengekomen dat de strijd tegen fraude opnieuw veel geld zal moeten opbrengen.  Op zich niets nieuws onder de zon.  Elke nieuwe regering doet dit.  Maar gaat de regering haar prognoses ook kunnen hardmaken, en zoja, hoe?

Net als de vorige regeringen van het afgelopen decennium legt de regering De Croo I haar schaapjes te week bij de opbrengsten van de fiscale regularisatie.  De stille droom van elke minister van Financiën is om de recordopbrengt van 2013, toen er op 1 jaar tijd 5 miljard euro werd opgehaald via het Contactpunt voor Regularisaties (CPR), te evenaren.  Maar stonden de internationale parameters toen niet veel gunstiger?  En is er wel nog zoveel zwart geld dat moet worden geregulariseerd?

Op het eerste gezicht lijkt de ambitie van de nieuwe regering dan ook wat te hoog.  Maar is dat wel zo?

Wie het regeerakkoord grondig leest, stelt vast dat de regering niet zomaar opnieuw inzet op de fiscale regularisatie, maar merkt dat er wel degelijk een doordacht plan achter steekt.  Alle parameters wijzen er immers op dat de regering, nadat ze – via de fiscale regularisatieprocedure van het CPR – massaal heeft ingezet op de repatriëring van in het buitenland buiten het zicht van de fiscus aangehouden vermogen, nu de strijd heeft ingezet op het zwart geld in België zelf.

Het is een publiek geheim dat het al lang een doorn in het oog van de fiscus is dat het succes van de fiscale regularisatie hoofdzakelijk beperkt is tot buitenlands vermogen.  Dit vermogen is immers de laatste jaren zeer transparant geworden, onder meer door de Common Reporting Standards die landen internationaal verplichten om jaarlijks en automatisch gegevens uit te wisselen over niet-onderdanen die bij hen vermogen aanhouden.  Op deze wijze ontvangt de fiscus sedert enkele jaren zeer kostbare informatie over alle Belgen die in pakweg Luxemburg of Zwitserland rekeningen aanhouden.  Het is deze transparantie die tal van Belgen ertoe heeft aangezet om hun buitenlands vermogen te regulariseren.  Immers: wie niets ondernam, werd een ‘sitting duck’.

Dit is tot op vandaag niet zo voor Belgen die hun zwart geld steeds in België hebben aangehouden, en ook niet voor Belgen die er onder de oude wet in zijn geslaagd om enkel hun opbrengsten van de fiscaal niet verjaarde jaren in te klaren, en het kapitaal zelf zonder betaling van een boete of belastingverhoging naar België hebben gerepatrieerd.

Welnu, het zijn deze Belgen die zenuwachtig mogen beginnen worden, want ook hun vermogen dreigt transparanter te worden.

Zo voorziet het regeerakkoord vooreerst in een bevoegdheidsuitbreiding voor het Centraal Aanspreekpunt (CAP) dat vandaag reeds de bankrekeningnummers van alle Belgen verzamelt.  Binnenkort zullen de Belgische banken het CAP naast de rekeningnummers ook jaarlijks het saldo per rekening moeten meedelen.  De fiscus kan deze informatie opvragen wanneer er een vermoeden van fraude is, maar ook – en ook dat is nieuw – in het kader van zogenaamde data mining (te weten: digitaal onderzoek om afwijkend gedrag op te sporen op basis van algoritmen).  Anders gezegd: Belgen die hun vermogen in België aanhouden, maar die geen duidelijke verklaring kunnen voorleggen over de herkomst van hun kapitaal dreigen op deze manier eveneens in het vizier van de fiscus en zelfs het parket te komen.

Conclusie

Belgen met vermogen in eigen land, waarvan de herkomst niet aantoonbaar is, doen er maar beter aan om het voornemen van de regering ernstig te nemen.  Wenst u meer informatie of overleg over dit onderwerp of over fiscale regularisatie?  Contacteer ons dan.

Lees ook het interview met Mr. Stijn De Meulenaer in De Standaard van 16 oktober 2020.

Lees ook:

Fiscale regularisatie 2020

Brief CRS ontvangen? Regulariseren is de boodschap!


I plead guilty. Een blik op de procedure van voorafgaande erkenning van schuld

Blogbericht delen

Niet elk misdrijf dient te leiden tot een lange procedureslag, ook de wetgever was deze mening toegedaan. Samen met de potpourri II-wet werd de procedure van voorafgaande erkenning van schuld geboren: een buitengerechtelijke procedure waarbij de verdachte met het Openbaar ministerie kan onderhandelen over de uiteindelijke strafmaat, weliswaar nadat de verdachte zijn of haar schuld heeft erkend. Het sleutelbegrip inzake is aldus de schuldbekentenis.

De wettelijke voorwaarden

Om aanspraak te maken op deze versnelde afhandeling van het strafdossier, moet er worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Eerst en vooral beperkt de wet de scope van de procedure tot feiten die niet van die aard schijnen te zijn dat ze gestraft moeten worden met een hoofdstraf van meer dan vijf jaar correctionele gevangenisstraf. Het gaat hier om de straf in abstracto, niet in concreto, wat wil zeggen dat de straf die in aanmerking wordt genomen deze is die het Openbaar ministerie denkt te moeten vorderen, niet de werkelijke maximale gevangenisstraf. Is dat het geval, dan kan het Openbaar ministerie opteren om een lagere straf voor te stellen dan deze die hij meende te moeten vorderen (ook straffen met uitstel, probatie-uitstel, opschorting en probatie-opschorting blijven uiteraard mogelijk).

De wet voorziet vervolgens in enkele uitsluitingen. Zo is de procedure van voorafgaande erkenning van schuld niet van toepassing bij de volgende feiten:

  • Feiten die strafbaar zouden zijn met een maximum straf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;
  • Verkrachting, aanranding van de eerbaarheid met de dood tot het gevolg en foltering door bloedverwant of gezaghebbende persoon ( cf. art. 375 tot 377 Strafwetboek);
  • Bederf van jeugd en prostitutie (cf. art. 379 tot 387 Strafwetboek);
  • Doodslag (cf. art. 393 tot 397 Strafwetboek)

Tot slot de meest vanzelfsprekende voorwaarde: de schuld moet worden erkend. Belangrijk is dat ook een rechtspersoon geacht wordt zijn schuld te kunnen erkennen. Rechtspersonen ten aanzien van wie het parket een straf zou vorderen cf. artikel 41bis S.W. vallen met andere woorden onder het toepassingsgebied van deze procedure.

Het verdere verloop van de procedure

Het initiatief ligt uitsluitend bij het Openbaar ministerie, enkel zij kan beslissen of er toepassing wordt gemaakt van de procedure van voorafgaande erkenning van schuld. Dit weerhoudt de verdachte of zijn advocaat er natuurlijk niet van om zelf de toepassing voor te stellen.

Na de schuldbekentenis – waarbij de verdachte verplicht wordt bijgestaan door een advocaat – zal het Openbaar ministerie een concreet voorstel doen. Het Openbaar ministerie kan, maar moet geen strafvermindering aanreiken. Het voorstel kan onmiddellijk worden aanvaard, doch de wet voorziet dat er ook bedenktijd (max. 10 dagen) kan worden gevraagd. De verdachte kan ook steeds een tegenvoorstel doen.

Werd er een akkoord bereikt, dan wordt dit opgenomen in een overeenkomst. Deze overeenkomst bevat zowel de feiten als de door de verdachte aanvaarde straffen. Werd er geen akkoord bereikt, dan kan het Openbaar ministerie besluiten om de zaak alsnog voor de feitenrechter te brengen.

Na het sluiten van de overeenkomst, wordt de overeenkomst gecontroleerd door de rechtbank. De rechtbank zal o.a. nakijken of er voldaan is aan de wettelijke voorwaarden, of de overeenkomst overeenstemt met de werkelijkheid van de feiten en met hun correcte juridische kwalificatie. Ook de proportionaliteit van de voorgestelde straffen zal worden beoordeeld. De rechtbank heeft dus twee mogelijkheden: de afgesloten overeenkomst bekrachtigen of niet. Wijzigingen aanbrengen kan de rechtbank niet. Bij bekrachtiging zal de rechtbank de straf uitspreken die in de afgesloten overeenkomst is voorgesteld. Zoniet wijst ze het verzoek tot bekrachtiging van de afgesloten overeenkomst bij gemotiveerde beslissing af.

Wat met eventuele slachtoffers?

Het slachtoffer is geen partij bij de procedure van voorafgaande erkenning van schuld. De al dan niet voorafgaande vergoeding van schade is dus geen voorwaarde in het kader van deze procedure.

Wel zullen de burgerlijke partijen een kopie ontvangen van de bereikte overeenkomst. Later zullen zij ook worden opgeroepen op de zitting strekkende tot homologatie van de overeenkomst, zodat zij op deze zitting de vergoeding van hun schade kunnen vragen. De schadevergoeding wordt beoordeeld in het kader van de procedure voor de rechtbank.

Bijstand

Bijstand van een advocaat is in een procedure van voorafgaande erkenning van schuld niet alleen onontbeerlijk, doch ook verplicht. Het vereenvoudigd en snel afhandelen van strafzaken is één ding, maar er moet natuurlijk steeds op worden toegezien dat een verdachte niet onder onredelijke dwang afstand doet van zijn recht op toegang tot een rechter.

Heeft u vragen over de procedure van voorafgaande erkenning van schuld, of wenst u te worden bijgestaan, contacteer ons gerust.

 


Fraude in tijden van Corona

Blogbericht delen

Fraude in tijden van Corona

Alles went na verloop van tijd.  En met de wetenschap dat de onderwereld steeds een stapje voorloopt op de ordehandhavers, betekent dit dat ook Corona in het crimineel milieu nieuwe horizonten opent.  De kranten staan bol van berichtgeving over frauduleuze aankopen van mondmaskers en andere medische benodigdheden.  Banken dienen meer cyberaanvallen dan ooit tevoren af te slaan.  Eind maart stuurde het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) zelfs een waarschuwing uit naar de Belgische ziekenhuizen, omdat deze in Coronatijden meer nog dan tevoren het slachtoffer dreigen te worden van zogenaamde ransomware.  Deze waarschuwing kwam er nadat een Tsjechisch ziekenhuis dat belangrijk is voor de verwerking van Covid-tests via phishingmails werd gehackt en om losgeld werd verzocht om terug operationeel te kunnen zijn.

Strafonderzoek tegen internationale fraude: de praktijk

De fraude die gepleegd wordt in de schaduw van het Corona-virus kent, net als het virus zelf, geen nationale grenzen.  Nationaal komt de overheid niet verder dan bedrijven te waarschuwen om op te letten, en wanneer het toch verkeerd loopt “een PV op te stellen”.  Deze vaststelling is op zich niet nieuw, maar tekent zich vandaag nog schrijnender af dan voorheen. Van zodra fraude een internationaal karakter aanneemt (en dat hoeft echt niet ingewikkeld te zijn), ontstaat vaak een gevoel van machteloosheid bij justitie.  Nog maar enkele maanden terug deelde een onderzoeksrechter Everest-fraud informeel mee dat er geen bijkomend onderzoek zou worden verricht naar een Estse bankrekening, omdat hij toch geen medewerking zou krijgen.  Estland is nochtans een Europese lidstaat.  In een ander dossier waar omstandige beleggingsfraude werd gepleegd met aanduidbare sporen naar andere Eruopese lidstaten werd Everest-fraud in omfloerste termen eigenlijk aangeraden om geen strafklacht neer te leggen.

Dit brengt ons tot de paradoxale vaststelling dat de vaak zwaarste vormen van internationale oplichtering de facto straffeloos blijven.  Uiteraard vergroot dit de aantrekkingskracht ervan op criminelen alleen maar, waardoor het fenomeen in duizelingwekkende rotvaart toeneemt.

Oproep voor meer internationale samenwerking

Kan hier dan niets aan gedaan worden?  Natuurlijk wel, maar enkel wanneer er op internationaal niveau werk van wordt gemaakt.  Laat ons, onder het motto “never waste a good crisis”, de Coronacrisis aanwenden om ons mondiaal, minstens Europees, beter te wapenen tegen dit soort van bijkomende ellende.  Is een dergelijke oproep naïef?  Misschien, maar dat was de oproep 15 jaar terug om het Zwitserse en Luxemburgse bankgeheim af te schaffen in de strijd tegen internationale fiscale fraude eveneens.  De inspanningen om op fiscaal vlak meer transparantie te krijgen zijn er destijds gekomen als gevolg van de aanslagen op de Twin Towers.  Kort daar nam de G20 het initiatief om – in de strijd tegen de financiering van terrorisme – landen mondiaal te verplichten om fiscaal transparant te zijn.  Zij die hieraan geen direct gevolg gaven, kwamen op een zwarte lijst. Name and shame.

Dat de strijd tegen fraude enkel kans maakt wanneer er op internationaal vlak wordt samengewerkt geldt niet alleen op fiscaal vlak, , maar ook in de strijd tegen oplichting en hacking.  Tijd dus om op internationaal vlak werk te maken van betere multilaterale samenwerkingsverdragen, met – op de hedendaagse criminaliteit afgestemde – verplichte en korte responstijden.  Met sanctioneringsmechanismen voor overheden die niet meewerken, en als het even kan met de creatie van een overkoepelend orgaan dat toeziet op de concrete toepassing.

Criminaliteit met internationale vertakkingen kan enkel succesvol aangepakt worden door internationale samenwerking.

Voorbeelden in de private sector

In de private sector begint men dit te begrijpen.  Zo heeft bijvoorbeeld de World Tennis Association (WTA) een onafhankelijk werkende afdeling opgericht (de Tennis Integrity Unit of TIU).  In de TIU zijn permanent 25 à 30 voormalige politiemensen actief in de strijd naar matchfixing en andere fraudefenomenen in de tenniswereld.  Op basis hiervan wordt mondiaal (privaat) onderzoek gevoerd, en komt men tot daadwerkelijke sanctionering binnen de WTA.

Een dergelijke aanpak moet ook de publieke sector inspireren.  Alleen door internationale samenwerking kunnen we maatschappelijk storende fenomenen zoals hacking en oplichting tegengaan. En hoeven we ons bij een volgende pandemie of andere wereldcrisis hopelijk niet meer ote ergeren aan internationale fraudeurs die hun wansmakelijk graantje proberen meepikken.  Never waste a good crisis.

Everest-fraud blijft zich inzetten om slachtoffers van fraude te helpen, ook wanneer de strijd moeilijk is.  Vragen?  Contacteer ons vrijblijvend.

 


Stijn De Meulenaer spreker op seminarie over fiscale regularisatie anno 2019

Blogbericht delen

Fiscale regularisatie 2019

Ons kantoor is al geruime tijd één van de marktleiders op vlak van begeleiding van fiscale regularisatiedossiers.  Alhoewel de thematiek in de media niet meer zoveel aandacht krijgt dan enkele jaren geleden, blijft het thema erg actueel én blijft het mogelijk om fiscale regularisatiedossiers in te dienen bij het Contactpunt voor Regularisaties (CPR).

Alhoewel de basis dezelfde is gebleven (druk van de bancaire sector en de fiscus die spaarders ertoe aanzet om meestal in het buitenland verborgen kapitaal en inkomsten op dit kapitaal verlaat aan te geven en ‘in te klaren’, zijn de parameters die van belang zijn om een regularisatie door te voeren sterk gewijzigd.

Een eerste vaststelling is dat de gemakkelijke dossiers (bv. een particulier met een spaarrekening op zijn naam in Luxemburg) doorgaans reeds zijn rechtgezet.  De dossiers die overblijven, zijn vaak ingewikkelder en/of exotischer dan voorheen, wat de techniciteit en ook soms het terugvinden van bewijzen verzwaart.


Introductie tot de Belgische regeling inzake spijtoptanten

Blogbericht delen

De spijtoptant werd in België alom bekend via de ‘Operatie Propere Handen’ die in oktober 2018 een bom legde onder het Belgisch voetbal. Tal van clubs, spelers en makelaars werden ervan verdacht betrokken te zijn bij witwasmisdrijven en private omkoping. Eén van de spilfiguren in het onderzoek, een bekende voetbalmakelaar, was bereid om in ruil voor strafvermindering verklaringen af te leggen die het onderzoek in een stroomversnelling zouden brengen. Hij wenste m.a.w. gebruik te maken van de spijtoptantenregeling, een relatief nieuwe figuur in het Belgisch strafprocesrecht.

Gelet op de recente inwerkingtreding van deze regelgeving is een woordje uitleg op zijn plaats.

Hieronder worden de essentialia van de spijtoptantenregeling dan ook kort toegelicht.


Jasmien Jaques wint pleitwedstrijd Gentse balie

Blogbericht delen

Het fraudeteam van Everest onderscheidt zich bij het pleiten.  Op de pleitwedstrijd van de Gentse balie nam onze jongste medewerkster Jasmien Jaques het in een pittig pleidooi op tegen 6 andere stagiair-advocaten.

Jasmien bracht een mooi opgebouwd pleidooi, waarin zij met de nodige flair en naturel en hier en daar doorspekt met wat humor zowel de jury als het publiek meenam in haar redenering.  Zij deed dit op een danig overtuigende wijze dat de jury besloot om haar als overwinnaar uit te roepen.

Een jaar lang prijkt de wisselbeker “Pleitwedstrijd Georges Debras” hierdoor opnieuw op ons kantoor.

Als laureaat van de Gentse balie zal Jasmien, exact 20 jaar na haar stagemeester Stijn De Meulenaer (die in 1999 de Brusselse pleitwedstrijd won), in april 2019 deelnemen aan de internationale pleitwedstrijd der Zuidelijke Nederlanden in Breda.

Het winnend pleidooi van Jasmien kan binnenkort ook online bekeken worden.

 

 


Scroll Up