Blog

De onderneming voor de strafrechter

Blogbericht delen

Kan een onderneming strafrechtelijk worden vervolgd? Jazeker. Rechtspersonen hebben nu eenmaal een eigen strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid dient steeds te worden onderscheiden van deze van de natuurlijke personen (denk aan bedrijfsleiders) die voor de onderneming hebben gehandeld of dit hebben nagelaten.

Welke ondernemingen zijn vatbaar voor vervolging?

In principe kan elke rechtspersoon door een strafrechtbank aansprakelijk worden geacht. Dit is nog niet lang het geval. Tot voor de wetswijziging van 2018, werden publiekrechtelijke entiteiten zoals de Belgische Staat, de gewesten, de steden,… niet beschouwd als rechtspersonen (net als feitelijke verenigingen zoals vakbonden en politieke partijen). Nu behoren deze publiekrechtelijke entiteiten wél tot de club van de rechtspersonen met strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

De uitbreiding van de wetgever vereist weliswaar enige nuancering, aangezien de tussenkomst van de strafrechter ten aanzien van deze publiekrechtelijke instanties beperkt blijft. Enkel het uitspreken van een “eenvoudige schuldigverklaring” is mogelijk. Geen zware sancties dus voor de stad of de gemeente.

Voor welke misdrijven kan een onderneming worden gestraft?

Een rechtspersoon is enkel strafrechtelijk aansprakelijk voor het plegen van twee “soorten” misdrijven. De eerste categorie betreft de misdrijven die een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen. Denk hierbij aan een onderneming die haar cliënteel advies geeft over interessante beleggingen, en vervolgens aandelen verkoopt op basis van een valse overeenkomst. De tweede categorie van misdrijven betreft degene die, zoals zal blijken uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd. Hierbij kan worden gedacht aan vervalsing van de jaarrekening.

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon zal vaststaan van zodra de verwezenlijking van het misdrijf hetzij volgt uit een wetens en willens genomen beslissing binnen de rechtspersoon, hetzij het gevolg is van een binnen deze rechtspersoon gepleegde nalatigheid.

Kan naast de onderneming ook de bedrijfsleider worden gestraft?

Het is niet ondenkbaar dat zowel de onderneming als de bedrijfsleiders op de beklaagdenbank terecht komen.

Tot voor 2018 was het zo dat een onderneming en de natuurlijke persoon enkel samen veroordeeld konden worden, wanneer het misdrijf opzettelijk werd gepleegd. Anders was dat voor niet opzettelijke misdrijven. In dat geval kon enkel de onderneming dan wel de natuurlijke persoon worden veroordeeld, afhankelijk van wie de zwaarste fout pleegde (decumulregeling).

Sinds 2018 is de decumulregeling afgeschaft. Sedertdien kunnen rechtspersonen en natuurlijke personen samen worden veroordeeld voor zowel opzettelijke als onopzettelijke misdrijven.

Besluit

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen valt niet meer weg te denken uit ons rechtssysteem. Ondernemers en ondernemingen worden dan ook meer en meer geconfronteerd met hun strafrechtelijke aansprakelijkheid. Ook in de wetgeving stellen we dit vast: er zijn amper nog economische, sociale, fiscale en milieuwetten die niet meer voorzien in strafbepalingen.

Ondernemingen moeten zich bewust zijn van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid die rust op zowel de onderneming als op de bedrijfsleiding.

Komt deze bewustwording te laat, dan loert een strafrechtelijke veroordeling om de hoek.

Zowel bij het voorkomen van strafrechtelijke verantwoordelijkheid als bij de strafrechtelijke procedures en alle stappen tussenin, kunnen wij u en uw onderneming bijstaan.

Contacteer ons gerust met uw bijkomende vragen.


Regeerakkoord schudt nog eens aan fiscale regularisatie-boom

Blogbericht delen

Wat zegt het regeerakkoord over fiscale fraudebestrijding?

Bij het schrijven van het regeerakkoord van de regering De Croo I werd overeengekomen dat de strijd tegen fraude opnieuw veel geld zal moeten opbrengen.  Op zich niets nieuws onder de zon.  Elke nieuwe regering doet dit.  Maar gaat de regering haar prognoses ook kunnen hardmaken, en zoja, hoe?

Net als de vorige regeringen van het afgelopen decennium legt de regering De Croo I haar schaapjes te week bij de opbrengsten van de fiscale regularisatie.  De stille droom van elke minister van Financiën is om de recordopbrengt van 2013, toen er op 1 jaar tijd 5 miljard euro werd opgehaald via het Contactpunt voor Regularisaties (CPR), te evenaren.  Maar stonden de internationale parameters toen niet veel gunstiger?  En is er wel nog zoveel zwart geld dat moet worden geregulariseerd?

Op het eerste gezicht lijkt de ambitie van de nieuwe regering dan ook wat te hoog.  Maar is dat wel zo?

Wie het regeerakkoord grondig leest, stelt vast dat de regering niet zomaar opnieuw inzet op de fiscale regularisatie, maar merkt dat er wel degelijk een doordacht plan achter steekt.  Alle parameters wijzen er immers op dat de regering, nadat ze – via de fiscale regularisatieprocedure van het CPR – massaal heeft ingezet op de repatriëring van in het buitenland buiten het zicht van de fiscus aangehouden vermogen, nu de strijd heeft ingezet op het zwart geld in België zelf.

Het is een publiek geheim dat het al lang een doorn in het oog van de fiscus is dat het succes van de fiscale regularisatie hoofdzakelijk beperkt is tot buitenlands vermogen.  Dit vermogen is immers de laatste jaren zeer transparant geworden, onder meer door de Common Reporting Standards die landen internationaal verplichten om jaarlijks en automatisch gegevens uit te wisselen over niet-onderdanen die bij hen vermogen aanhouden.  Op deze wijze ontvangt de fiscus sedert enkele jaren zeer kostbare informatie over alle Belgen die in pakweg Luxemburg of Zwitserland rekeningen aanhouden.  Het is deze transparantie die tal van Belgen ertoe heeft aangezet om hun buitenlands vermogen te regulariseren.  Immers: wie niets ondernam, werd een ‘sitting duck’.

Dit is tot op vandaag niet zo voor Belgen die hun zwart geld steeds in België hebben aangehouden, en ook niet voor Belgen die er onder de oude wet in zijn geslaagd om enkel hun opbrengsten van de fiscaal niet verjaarde jaren in te klaren, en het kapitaal zelf zonder betaling van een boete of belastingverhoging naar België hebben gerepatrieerd.

Welnu, het zijn deze Belgen die zenuwachtig mogen beginnen worden, want ook hun vermogen dreigt transparanter te worden.

Zo voorziet het regeerakkoord vooreerst in een bevoegdheidsuitbreiding voor het Centraal Aanspreekpunt (CAP) dat vandaag reeds de bankrekeningnummers van alle Belgen verzamelt.  Binnenkort zullen de Belgische banken het CAP naast de rekeningnummers ook jaarlijks het saldo per rekening moeten meedelen.  De fiscus kan deze informatie opvragen wanneer er een vermoeden van fraude is, maar ook – en ook dat is nieuw – in het kader van zogenaamde data mining (te weten: digitaal onderzoek om afwijkend gedrag op te sporen op basis van algoritmen).  Anders gezegd: Belgen die hun vermogen in België aanhouden, maar die geen duidelijke verklaring kunnen voorleggen over de herkomst van hun kapitaal dreigen op deze manier eveneens in het vizier van de fiscus en zelfs het parket te komen.

Conclusie

Belgen met vermogen in eigen land, waarvan de herkomst niet aantoonbaar is, doen er maar beter aan om het voornemen van de regering ernstig te nemen.  Wenst u meer informatie of overleg over dit onderwerp of over fiscale regularisatie?  Contacteer ons dan.

Lees ook het interview met Mr. Stijn De Meulenaer in De Standaard van 16 oktober 2020.

Lees ook:

Fiscale regularisatie 2020

Brief CRS ontvangen? Regulariseren is de boodschap!


Propere handen worden witgewassen

Blogbericht delen

Voetbalclubs en -makelaars vallen vanaf nu onder de preventieve antiwitwaswet.

De operatie propere handen in het Belgisch voetbal bracht aan het licht dat de Belgische competitie helaas soms het decor vormt van fraude.  In de nasleep van dit onderzoek werd door een prompt opgerichte expertencommissie nagedacht over oplossingen. Één van de mogelijke maatregelen was het profvoetbal onder de preventieve antiwitwaswet te brengen. Op 15 juli werd in de kamer een wet goedgekeurd die voetbalploegen uit eerste klasse en voetbalmakelaars onderwerpen aan de antiwitwaswet.

De wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten is een omzetting van de Europese antiwitwasrichtlijn. De entiteiten die aan de wet zijn onderworpen hebben onder meer de plicht om hun cliënten te onderwerpen aan een klantenonderzoek en om vermoedelijke witwasoperaties te melden aan de cel voor financiële informatieverwerking (CFI).

Klantenonderzoek en meldingsplicht

Het zogenoemde know your customer principe houdt in dat voor elke cliënt een individuele risicobeoordeling dient te gebeuren. In voorkomend geval moet ook de uiteindelijke begunstigde worden geïdentificeerd. De risicobeoordeling gebeurt rekening houdend met de kenmerken van de cliënten, producten, diensten of verrichtingen die ze aanbieden, de betrokken landen, en de leveringskanalen waarop een beroep wordt gedaan. De identificatie van de uiteindelijke begunstigde zal moeten gebeuren door het UBO-register te raadplegen. Wanneer de onderworpen entiteiten geen klantenonderzoek kunnen verrichten mogen zij met de cliënt geen zakelijke relatie aangaan. Daarnaast zullen Voetbalploegen en makelaars vanaf nu ook de plicht hebben om vermoedens en feiten van witwassen te melden aan de CFI.

Indien deze verplichtingen niet worden voldaan kunnen de clubs en makelaars een administratieve geldboete van maximaal 1.250.000 euro krijgen. Andere sancties zijn de intrekking of schorsing van een eventuele vergunning of zelfs een beroepsverbod. Bovendien loopt elke club of makelaar die zich medeplichtig maakt aan eventuele witwasmisdrijven uiteraard het risico strafrechtelijk te worden gesanctioneerd.

Deze maatregel wordt gekoppeld aan de oprichting van een clearing house. Deze instantie moet de financiële transacties in het Belgisch voetbal in kaart brengen. De Pro League wil met deze ingrepen bewijzen dat het haar menens is. Transparantie moet het Belgisch voetbal van malafide toestanden af helpen.


I plead guilty. Een blik op de procedure van voorafgaande erkenning van schuld

Blogbericht delen

Niet elk misdrijf dient te leiden tot een lange procedureslag, ook de wetgever was deze mening toegedaan. Samen met de potpourri II-wet werd de procedure van voorafgaande erkenning van schuld geboren: een buitengerechtelijke procedure waarbij de verdachte met het Openbaar ministerie kan onderhandelen over de uiteindelijke strafmaat, weliswaar nadat de verdachte zijn of haar schuld heeft erkend. Het sleutelbegrip inzake is aldus de schuldbekentenis.

De wettelijke voorwaarden

Om aanspraak te maken op deze versnelde afhandeling van het strafdossier, moet er worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Eerst en vooral beperkt de wet de scope van de procedure tot feiten die niet van die aard schijnen te zijn dat ze gestraft moeten worden met een hoofdstraf van meer dan vijf jaar correctionele gevangenisstraf. Het gaat hier om de straf in abstracto, niet in concreto, wat wil zeggen dat de straf die in aanmerking wordt genomen deze is die het Openbaar ministerie denkt te moeten vorderen, niet de werkelijke maximale gevangenisstraf. Is dat het geval, dan kan het Openbaar ministerie opteren om een lagere straf voor te stellen dan deze die hij meende te moeten vorderen (ook straffen met uitstel, probatie-uitstel, opschorting en probatie-opschorting blijven uiteraard mogelijk).

De wet voorziet vervolgens in enkele uitsluitingen. Zo is de procedure van voorafgaande erkenning van schuld niet van toepassing bij de volgende feiten:

  • Feiten die strafbaar zouden zijn met een maximum straf van meer dan twintig jaar opsluiting als ze niet in wanbedrijven werden omgezet;
  • Verkrachting, aanranding van de eerbaarheid met de dood tot het gevolg en foltering door bloedverwant of gezaghebbende persoon ( cf. art. 375 tot 377 Strafwetboek);
  • Bederf van jeugd en prostitutie (cf. art. 379 tot 387 Strafwetboek);
  • Doodslag (cf. art. 393 tot 397 Strafwetboek)

Tot slot de meest vanzelfsprekende voorwaarde: de schuld moet worden erkend. Belangrijk is dat ook een rechtspersoon geacht wordt zijn schuld te kunnen erkennen. Rechtspersonen ten aanzien van wie het parket een straf zou vorderen cf. artikel 41bis S.W. vallen met andere woorden onder het toepassingsgebied van deze procedure.

Het verdere verloop van de procedure

Het initiatief ligt uitsluitend bij het Openbaar ministerie, enkel zij kan beslissen of er toepassing wordt gemaakt van de procedure van voorafgaande erkenning van schuld. Dit weerhoudt de verdachte of zijn advocaat er natuurlijk niet van om zelf de toepassing voor te stellen.

Na de schuldbekentenis – waarbij de verdachte verplicht wordt bijgestaan door een advocaat – zal het Openbaar ministerie een concreet voorstel doen. Het Openbaar ministerie kan, maar moet geen strafvermindering aanreiken. Het voorstel kan onmiddellijk worden aanvaard, doch de wet voorziet dat er ook bedenktijd (max. 10 dagen) kan worden gevraagd. De verdachte kan ook steeds een tegenvoorstel doen.

Werd er een akkoord bereikt, dan wordt dit opgenomen in een overeenkomst. Deze overeenkomst bevat zowel de feiten als de door de verdachte aanvaarde straffen. Werd er geen akkoord bereikt, dan kan het Openbaar ministerie besluiten om de zaak alsnog voor de feitenrechter te brengen.

Na het sluiten van de overeenkomst, wordt de overeenkomst gecontroleerd door de rechtbank. De rechtbank zal o.a. nakijken of er voldaan is aan de wettelijke voorwaarden, of de overeenkomst overeenstemt met de werkelijkheid van de feiten en met hun correcte juridische kwalificatie. Ook de proportionaliteit van de voorgestelde straffen zal worden beoordeeld. De rechtbank heeft dus twee mogelijkheden: de afgesloten overeenkomst bekrachtigen of niet. Wijzigingen aanbrengen kan de rechtbank niet. Bij bekrachtiging zal de rechtbank de straf uitspreken die in de afgesloten overeenkomst is voorgesteld. Zoniet wijst ze het verzoek tot bekrachtiging van de afgesloten overeenkomst bij gemotiveerde beslissing af.

Wat met eventuele slachtoffers?

Het slachtoffer is geen partij bij de procedure van voorafgaande erkenning van schuld. De al dan niet voorafgaande vergoeding van schade is dus geen voorwaarde in het kader van deze procedure.

Wel zullen de burgerlijke partijen een kopie ontvangen van de bereikte overeenkomst. Later zullen zij ook worden opgeroepen op de zitting strekkende tot homologatie van de overeenkomst, zodat zij op deze zitting de vergoeding van hun schade kunnen vragen. De schadevergoeding wordt beoordeeld in het kader van de procedure voor de rechtbank.

Bijstand

Bijstand van een advocaat is in een procedure van voorafgaande erkenning van schuld niet alleen onontbeerlijk, doch ook verplicht. Het vereenvoudigd en snel afhandelen van strafzaken is één ding, maar er moet natuurlijk steeds op worden toegezien dat een verdachte niet onder onredelijke dwang afstand doet van zijn recht op toegang tot een rechter.

Heeft u vragen over de procedure van voorafgaande erkenning van schuld, of wenst u te worden bijgestaan, contacteer ons gerust.

 


Wat is witwassen en wat zijn de gevaren?

Blogbericht delen

Witwassen: de silent killer van het ondernemingsstrafrecht

Wat is witwassen?

Stel: je wordt zonder reden aan de deur gezet door je bankinstelling.  Veel kans dat dit een gevolg is van de zogenaamde preventieve witwaswetgeving (wet van 18 september 2017).  Op basis hiervan zijn banken niet alleen verplicht om hun bankklanten te identificeren (Know Your Customer of KYC), maar ook om – telkens wanneer ze weten of vermoeden dat een klant geld bezit of verrichtingen doet die verband houden met witwassen – hiervan melding te doen bij de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) ook wel de Witwascel genoemd.  Eens de compliance-afdeling van je bank beslist om een einde te stellen aan de bancaire relatie, is het veelal te laat (cf. DS 25 september 2020).

En wanneer, al dan niet na onderzoek door de CFI, het parket een strafdossier opent, is het ook vaak de vervolging voor ‘witwassen’ die het meeste angst inboezemt in fraudedossiers.

Maar wat is witwassen nu precies?

Alhoewel de strafbaarstelling vanuit technisch oogpunt zeer ingewikkeld voorkomt, is het fenomeen op zich niet zo moeilijk uit te leggen.  In feite komt het erop neer dat ‘witwassen’ een zogenaamd “vervolgmisdrijf” is.  Of anders gezegd: er kan slechts sprake zijn van witwassen, wanneer er voorheen een ander misdrijf (diefstal, oplichting, misbruik van vertrouwen, corruptie, valsheid in geschriften, …) werd gepleegd waarmee een vermogensvoordeel werd bekomen.  De manipulatie van dit per definitie illegaal verkregen vermogensvoordeel, is dan wat afzonderlijk strafbaar wordt gesteld als ‘witwassen’.

Vanuit technisch oogpunt kent ons Belgisch strafrecht niet 1 maar wel 3 witwasmisdrijven, die omschreven worden in artikel 505, eerste lid, 2° – 4° Strafwetboek.  In feite komt het erop neer dat zowat elke handeling die met een illegaal verkregen vermogensvoordeel wordt gesteld strafbaar wordt gesteld, wanneer deze met het vereiste strafbaar opzet werd gepleegd.  Concreet worden zo strafbaar gesteld: het kopen, ruilen of om niet ontvangen, bezitten, bewaren of beheren van illegale vermogensvoordelen (= eerste witwasmisdrijf); het omzetten of overdragen ervan (=tweede witwasmisdrijf) en het verhelen of verhullen van de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom ervan (=derde witwasmisdrijf).

Opdat voornoemde handelingen strafbaar zouden zijn, dienen ze met een strafbaar opzet te zijn gepleegd.  Concreet wil dit zeggen dat, voor het eerste en derde witwasmisdrijf, dient aangetoond te zijn dat de dader op het ogenblik dat hij de handeling stelde de illegale oorsprong kende of moest kennen.  Voor het tweede witwasmisdrijf dient te worden aangetoond dat de dader de bedoeling had om de illegale herkomst te verbergen of een persoon te helpen ontkomen aan de rechtsgevolgen van zijn daden.

De brede omschrijving en vooral de combinatie van de 3 witwasmisdrijven samen, maakt dat in quasi elk fraudedossier waar nadien handelingen worden gesteld met ‘de buit’, er ruimte is om niet enkel voor het basismisdrijf (bv. oplichting) te vervolgen, maar ook op basis van witwassen.

Het gevaar van het witwasmisdrijf

De laatste jaren zien we steeds meer aandacht voor witwassen bij het parket.  En dat heeft daar goede redenen voor.

Witwassen is een autonoom misdrijf. Dit autonome karakter heeft een aantal belangrijke gevolgen.  Het is ten eerste niet noodzakelijk dat de beklaagde die wordt verdacht van witwassen zichzelf als dader schuldig maakte aan het misdrijf waaruit de illegale geldsommen voortkwamen. Bovendien moet voor het bewijs van het misdrijf van witwassen dit basismisdrijf niet worden bewezen. In de regel moet het basismisdrijf dus niet worden gepreciseerd voor een veroordeling. Hierdoor moeten de beklaagde en zijn advocaat de legale oorsprong van de gelden ‘geloofwaardig maken’.  Slagen zij daar niet in en is de strafrechter daardoor de mening toegedaan dat hij elke legale herkomst kan uitsluiten, dan kan hij veroordelen voor witwassen.  In zekere zin wordt de bewijslast dus omgekeerd, wat het parket in een comfortabele positie plaatst.

Daarnaast is witwassen een zogenaamd voortdurend misdrijf.  Dit betekent dat de verjaring inzake witwassen pas begint te lopen van zodra de van witwassen verdachte handelingen zijn rechtgezet.  Op basis hiervan wordt vaak – terecht – gesteld dat witwasmisdrijven quasi onverjaarbaar zijn: zolang de herkomst van illegale vermogensvoordelen wordt verborgen, duurt het misdrijf voort en begint de verjaring niet eens te lopen.

Tenslotte bepaalt de wet tevens dat inzake witwassen het illegaal verkregen vermogensvoordeel verplicht moet worden verbeurd verklaard.  Dit betekent dat de dader van witwassen, naast een gevangenisstraf of geldboete, tevens riskeert om bovendien het volledige vermogensvoordeel te zien toewijzen aan de Belgische Staat.

Conclusie

De samenloop van dit alles – verregaande preventie met meldingsverplichtingen aan de CFI; doormelding aan parket; quasi onverjaarbaarheid en strenge santioneringsmogelijkheden – maakt van witwassen een steeds populairder misdrijf.  Vooral in het fiscaal strafrecht, waar het illegaal vermogensvoordeel de ontdoken belasting vormt, zijn het de contouren van art. 505 Sw. waarover het meest gepleit wordt, zowel voor de rechtbank als bij het negociëren van een minnelijke schikking of de aangifte van een fiscale regularisatie.

Ons team heeft een ruime ervaring, zowel inzake preventieve witwaswetgeving (meldingsplicht, …) als inzake strafrechtelijke verdediging inzake witwassen.  Daarnaast kunnen wij u tevens assisteren met het vinden van een minnelijke regeling met fiscus en/of parket.  Contacteer ons vrijblijvend.


Help mijn bank zet mijn rekening stop!

Blogbericht delen

Werd uw bankrekening om ongekende reden stopgezet?  Vaak is dit een gevolg van de strenge witwaswetgeving.

Banken zetten hun klanten op basis van de preventieve witwaswetgeving steeds sneller aan de deur en geven daar geen uitleg voor. Naar aanleiding van de FinCel files, waar enkele banken wordt aangewreven in het verleden de witwaswetgeving niet te hebben nageleefd, klinkt in de media de oproep om de huidige witwaswetgeving nog te verstrengen.

Mr. Stijn De Meulenaer roept de wetgever op om bij een eventuele aanpassing van de witwaswetgeving ook oog te hebben voor de gevallen waarbij bankklanten ten onrechte aan de deur worden gezet.  Cliënten die correct fiscaal hebben geregulariseerd of cliënten die – ondanks inspanningen – toch aan de deur gezet omdat ze statistisch een risico vormen, zouden een mogelijkheid moeten hebben om gehoord te worden.

Lees de volledige opinie, die op 25 september 2020 werd gepubliceerd in De Standaard, hieronder (Link):

fiscus


Wat is oplichting?

Blogbericht delen

Wat is oplichting?

Oplichting is een misdrijf van alle tijden. Oplichtingszaken laten bovendien vaak een grote indruk na op de slachtoffers. Daarom is het als slachtoffer verstandig om bij een advocaat te horen wat uw rechten zijn en hoe u uw geld kunt terug krijgen.

De oplichter past zich voortdurend aan om zijn slachtoffer in de val te lokken. De methode die de oplichter gebruikt verandert, gelukkig blijven de voorwaarden voor het misdrijf wel steeds dezelfde. Hieronder worden de voorwaarden voor oplichting uit artikel 496 sw.  kort besproken.

Oogmerk om andermans zaak onrechtmatig toe te eigenen

Bij oplichting heeft de dader hetzelfde doel als bij diefstal; zichzelf andermans zaak onrechtmatig toe eigenen. De manier waarop dit gebeurt verschilt echter. Bij diefstal wordt de zaak tegen de wil van de eigenaar bij hem weggenomen. Bij oplichting daarentegen wordt de eigenaar overtuigd om zelf de zaak af te geven.

Bedrieglijke middelen

De wet somt in art. 496 Strafwetboek een hele resem van “bedrieglijke middelen” op.  Het gebruikmaken van een valse naam of hoedanigheid houdt in dat een persoon – al dan niet openbaar – een valse voornaam, familienaam, adellijke titel, schuilnaam of homoniem gebruikt. Daarnaast is ook het aanwenden van “listige kunstgrepen” een mogelijk bedrieglijk middel. Listige kunstgrepen moeten altijd bestaan uit een combinatie van leugens en handelingen die bedoeld zijn om deze leugens geloofwaardig te maken.

Afgifte of levering van de zaak

Door afgifte of levering van de zaak wordt de oplichting voltrokken. Het is echter geen vereiste dat deze afgifte de zaak zelf betreft. Ook de titel waarmee de oplichter zich de zaak zal kunnen doen overhandigen volstaat. Hier kan ook het onderscheid met misbruik van vertrouwen aangeduid worden. Waar er bij oplichting een afgifte of levering van een zaak moet zijn, is deze zaak bij misbruik van vertrouwen al toevertrouwd aan de dader maar wordt ze niet teruggegeven.

Indien de goederen die door oplichting werden verkregen later worden teruggegeven wordt de oplichting niet teniet gedaan. De rechter brengt dit wel in rekening voor de straftoemeting.

Conclusie

Oplichting kent vele gezichten.  De meest klassieke manier is deze waarop de oplichter zijn slachtoffer met bedrieglijke argumenten face-to-face overtuigt om iets af te geven.  Oplichting kent ook veel ingewikkeldere varianten, zoals bijvoorbeeld boiler room fraud waarbij heuse callcentra worden ingezet om nietsvermoedende slachtoffers te overtuigen om geld te investeren in mooi uitziende investeringsopportuniteiten.

Ons kantoor heeft een ruime ervaring opgebouwd in de bijstand van slachtoffers van oplichting.  Ook enkele banken doen op ons beroep op vlak van zowel preventie als bestrijding van fraude en oplichting.  Daarnaast beschikken wij ook over de nodige strafrechtelijke expertise om  zowel slachtoffers als daders voor de strafrechter bij te staan.


Fraude in tijden van Corona

Blogbericht delen

Fraude in tijden van Corona

Alles went na verloop van tijd.  En met de wetenschap dat de onderwereld steeds een stapje voorloopt op de ordehandhavers, betekent dit dat ook Corona in het crimineel milieu nieuwe horizonten opent.  De kranten staan bol van berichtgeving over frauduleuze aankopen van mondmaskers en andere medische benodigdheden.  Banken dienen meer cyberaanvallen dan ooit tevoren af te slaan.  Eind maart stuurde het Centrum voor Cybersecurity België (CCB) zelfs een waarschuwing uit naar de Belgische ziekenhuizen, omdat deze in Coronatijden meer nog dan tevoren het slachtoffer dreigen te worden van zogenaamde ransomware.  Deze waarschuwing kwam er nadat een Tsjechisch ziekenhuis dat belangrijk is voor de verwerking van Covid-tests via phishingmails werd gehackt en om losgeld werd verzocht om terug operationeel te kunnen zijn.

Strafonderzoek tegen internationale fraude: de praktijk

De fraude die gepleegd wordt in de schaduw van het Corona-virus kent, net als het virus zelf, geen nationale grenzen.  Nationaal komt de overheid niet verder dan bedrijven te waarschuwen om op te letten, en wanneer het toch verkeerd loopt “een PV op te stellen”.  Deze vaststelling is op zich niet nieuw, maar tekent zich vandaag nog schrijnender af dan voorheen. Van zodra fraude een internationaal karakter aanneemt (en dat hoeft echt niet ingewikkeld te zijn), ontstaat vaak een gevoel van machteloosheid bij justitie.  Nog maar enkele maanden terug deelde een onderzoeksrechter Everest-fraud informeel mee dat er geen bijkomend onderzoek zou worden verricht naar een Estse bankrekening, omdat hij toch geen medewerking zou krijgen.  Estland is nochtans een Europese lidstaat.  In een ander dossier waar omstandige beleggingsfraude werd gepleegd met aanduidbare sporen naar andere Eruopese lidstaten werd Everest-fraud in omfloerste termen eigenlijk aangeraden om geen strafklacht neer te leggen.

Dit brengt ons tot de paradoxale vaststelling dat de vaak zwaarste vormen van internationale oplichtering de facto straffeloos blijven.  Uiteraard vergroot dit de aantrekkingskracht ervan op criminelen alleen maar, waardoor het fenomeen in duizelingwekkende rotvaart toeneemt.

Oproep voor meer internationale samenwerking

Kan hier dan niets aan gedaan worden?  Natuurlijk wel, maar enkel wanneer er op internationaal niveau werk van wordt gemaakt.  Laat ons, onder het motto “never waste a good crisis”, de Coronacrisis aanwenden om ons mondiaal, minstens Europees, beter te wapenen tegen dit soort van bijkomende ellende.  Is een dergelijke oproep naïef?  Misschien, maar dat was de oproep 15 jaar terug om het Zwitserse en Luxemburgse bankgeheim af te schaffen in de strijd tegen internationale fiscale fraude eveneens.  De inspanningen om op fiscaal vlak meer transparantie te krijgen zijn er destijds gekomen als gevolg van de aanslagen op de Twin Towers.  Kort daar nam de G20 het initiatief om – in de strijd tegen de financiering van terrorisme – landen mondiaal te verplichten om fiscaal transparant te zijn.  Zij die hieraan geen direct gevolg gaven, kwamen op een zwarte lijst. Name and shame.

Dat de strijd tegen fraude enkel kans maakt wanneer er op internationaal vlak wordt samengewerkt geldt niet alleen op fiscaal vlak, , maar ook in de strijd tegen oplichting en hacking.  Tijd dus om op internationaal vlak werk te maken van betere multilaterale samenwerkingsverdragen, met – op de hedendaagse criminaliteit afgestemde – verplichte en korte responstijden.  Met sanctioneringsmechanismen voor overheden die niet meewerken, en als het even kan met de creatie van een overkoepelend orgaan dat toeziet op de concrete toepassing.

Criminaliteit met internationale vertakkingen kan enkel succesvol aangepakt worden door internationale samenwerking.

Voorbeelden in de private sector

In de private sector begint men dit te begrijpen.  Zo heeft bijvoorbeeld de World Tennis Association (WTA) een onafhankelijk werkende afdeling opgericht (de Tennis Integrity Unit of TIU).  In de TIU zijn permanent 25 à 30 voormalige politiemensen actief in de strijd naar matchfixing en andere fraudefenomenen in de tenniswereld.  Op basis hiervan wordt mondiaal (privaat) onderzoek gevoerd, en komt men tot daadwerkelijke sanctionering binnen de WTA.

Een dergelijke aanpak moet ook de publieke sector inspireren.  Alleen door internationale samenwerking kunnen we maatschappelijk storende fenomenen zoals hacking en oplichting tegengaan. En hoeven we ons bij een volgende pandemie of andere wereldcrisis hopelijk niet meer ote ergeren aan internationale fraudeurs die hun wansmakelijk graantje proberen meepikken.  Never waste a good crisis.

Everest-fraud blijft zich inzetten om slachtoffers van fraude te helpen, ook wanneer de strijd moeilijk is.  Vragen?  Contacteer ons vrijblijvend.

 


beleggingsfraude

Meer en meer signalen van boiler room fraude en beleggingsfraude

Blogbericht delen

Meer en meer signalen van boiler room fraude en beleggingsfraude

Gelet op de lage rentes op spaarrekeningen zijn alternatieven om de spaarcenten te laten renderen erg in trek.
Er kan hierbij worden gedacht aan diverse financiële producten.

Een opvallend voorbeeld hierbij is Forex trading of de valuta markt. Dit is een internationale markt waarop valuta’s onderling verhandeld worden. Winsten worden op deze markt behaald door het gebruikmaken van koersverschillen. Men koopt er valuta in de hoop dat de relatieve waarde daarvan stijgt ten opzichte van andere valuta’s. Een voorbeeld is de handel tussen de euro en de Amerikaanse dollar. Het is daarnaast ook mogelijk om in grondstoffen (commodity’s) zoals olie of goud te beleggen.

Vaak dient de particuliere belegger via een online trading platform de transacties uit te voeren.
Het online trading platform zou vervolgens bij de transacties als tussenpersoon moeten optreden.

Ons kantoor wordt meer en meer echter gecontacteerd door beleggers die hun gelden bij voormelde vormen van beleggingen zien verloren gaan ingevolge fraude.  Deze fraude wordt boiler room fraude of beleggingsfraude genoemd.

Wat is boiler room fraude of beleggingsfraude

Beleggers, vaak consumenten, worden gelokt naar een website en dit via ofwel telefoonoproepen van call centers ofwel advertenties op websites of sociale media.

Boiler rooms en boiler room fraude zijn termen die in principe worden gebruikt voor frauduleuze of schimmige call centers die twijfelachtige investeringen aanbieden en die vervolgens via allerhande technieken meer en meer druk zetten om bijkomend te investeren. Boiler room fraude wordt thans breder gebruikt en ook andere vormen van beleggingsfraude waarbij mensen via sociale media of websites worden gelokt om te beleggen worden onder deze term begrepen. Vaak wordt er nadien telefonisch verder gewerkt en overlappen deze vormen van beleggingsfraude elkaar.

De website waartoe de belegger wordt verwezen oogt erg professioneel en doet zich voor als een officiële dienstverlener. Er zijn tal van policies beschikbaar en er kan zelfs getelefoneerd of live gechat worden met adviseurs.  Sommige websites bieden zelfs persoonlijke adviseurs aan die de belegger bijstaan bij de beleggingskeuzes. Eenmaal op de website kan er via een online platform effectief belegd en geïnvesteerd worden.

Initieel zorgen de fraudeurs ervoor dat er veel winsten worden gemaakt en wordt de belegger aangemoedigd om bijkomende gelden te investeren om het rendement te verhogen. Ons kantoor heeft zelfs weet van websites waarbij de belegger wordt aangeboden om een kleine som van het platform af te halen teneinde na te gaan hoe betrouwbaar het platform is.

Indien de belegger op het einde van de rit nog gelden over heeft of winsten heeft opgebouwd, wat men vaak tracht te voorkomen door verliezen te genereren, manifesteert de fraude zich het duidelijkst. Het wordt plots zo goed als onmogelijk om de gelden te recupereren. Het platform eist bijvoorbeeld dat er eerst een minimaal aantal trades worden verwezenlijkt of dat er een fee op de gerecupereerde gelden wordt betaald. Deze fee dient bovendien voorafgaandelijk te worden betaald zodat het platform bijkomende gelden afhandig maakt.

Zelfs in het geval de belegger al deze stappen heeft uitgevoerd worden er nieuwe en onhaalbare eisen gesteld. Slotsom is dat de belegger al de ingelegde gelden verliest.

De fraudeurs gaan erg agressief te werk en gaan soms zover dat zij trachten het computerscherm van de belegger over te nemen om zelf overschrijvingen te kunnen uitvoeren.

Ons kantoor heeft ook weet van praktijken waarbij de belegger ook na de fraude verder wordt belaagd. De fraudeurs bellen namelijk onder een andere naam en via een ander telefoonnummer naar de belegger om mee te delen dat ze vernomen hebben dat hij werd opgelicht en dat zij kunnen helpen om het geld te recupereren. Hiervoor dient de belegger uiteraard opnieuw een som te betalen en wordt hij wederom opgelicht.

Hoe weet ik welke websites frauduleus zijn?

Er zijn talloze beleggingsfraude websites en platformen actief waardoor het onmogelijk is om deze allen op te lijsten of voor allen een feilloze techniek mee te delen om ze te ontmaskeren. Er zijn niettemin een aantal richtlijnen die U in acht kunt nemen om beleggingsfraude of boiler room fraude te detecteren en te vermijden.

Indien U een website op het oog heeft waarop U wenst te beleggen is het in eerste instantie aangewezen om een grondig online nazicht uit te voeren. Bij bekende frauduleuze websites zijn er vaak reeds getuigenissen te vinden van mensen die reeds werden opgelicht. Dit zijn belangrijke knipperlichten.

U kunt daarnaast op zoek gaan naar de bedrijfsgegevens van de onderneming achter de website. Zoek naar de exacte vennootschapsnaam, het vennootschapsnummer en het adres. Deze moeten bij een legitiem beleggingsplatform in principe duidelijk op de website terug te vinden zijn. Tracht deze gegevens indien mogelijk vervolgens te verifiëren. In België is het bijvoorbeeld mogelijk om via de kruispuntbank van ondernemingen (link) elke Belgische vennootschap via de naam, het ondernemingsnummer of het adres te identificeren.

Mogelijks dient het bedrijf ook geregistreerd te worden bij de bankautoriteit van het land waar de vennootschap geregistreerd is. Kijk na of er op de website van deze bankautoriteit een lijst van toegelaten (en/of verboden) platformen werd opgesteld.

In België kunt U tot slot terecht bij het FSMA (Autoriteit voor financiële diensten en markten). Ook zij hebben een lijst gepubliceerd met frauduleuze beleggingssites. Daarnaast biedt zij zelf aan om contact met haar op te nemen indien U nog zou twijfelen over bepaalde beleggingswebsites.

FSMA catalogeerde onder meer de volgende websites als beleggingsfraude of boiler room fraude:

  • OMEGA FX: https://www.omegafx.io
  • TRADE IDEA: https://www.tradeidea.co
  • BEFLIX: https://www.beflix.net
  • BLUE LEXUS: https://www.bluelexus.net
  • CFReserve: https://www.CFReserve.com
  • OPTIONFX: https://www.optionfx.trade
  • GBE-CAPITAL: https://www.gbe-capital.com
  • JT-EUROPE: https://www.jt-europe.com
  • BURTON MILLS: https://www.burtonmills.com
  • HOLLIS KOOKMIN FINANCIAL: https://www.hkfglobal.com
  • LAMBERT & SONS INCORPORATED: https://www.lambert-incorporated.com
  • LOEB BENSON: https://www.loeb-benson.com
  • MEADOWS FINANCIAL: https://www.meadowsfinancial.com
  • SCHALOM AND GERSON: https://www.schalomandgerson.com

Wij ondernemen actie tegen boiler room fraude en beleggingsfraude

Wij staan diverse beleggers / consumenten bij in hun acties tegen deze vorm van beleggingsfraude of boiler room fraude. Strafrechtelijk zijn er twee mogelijkheden. Of er wordt een klacht met burgerlijke partijstelling ingediend bij de onderzoeksrechter of er wordt een klacht neergelegd bij de politiediensten (zie “rechtzetting fraude“).

De klacht met burgerlijke partijstelling is in principe aangewezen omdat U hierdoor een onderzoeksrechter belast met het onderzoek naar deze fraude. De onderzoeksrechter kan echter een significante som vragen om het onderzoek op te starten waardoor een (kosteloze) klacht bij de politie in sommige gevallen meer aangewezen kan zijn.

Daarnaast is het ook altijd aangewezen om contact op te nemen met uw bankinstelling.

Wij menen dat het belangrijk is om diverse gedupeerden samen te brengen opdat er met meer slagkracht onderzoek kan worden gevoerd naar deze frauduleuze praktijken. Op deze manier kunnen er kosten worden gedeeld, wordt de prioriteit groter voor de onderzoekers en beschikken de onderzoekers over meer materiaal om aan de slag te gaan.

U kunt ons hiervoor steeds contacteren per telefoon (09/334.94.70), per e-mail (anti-fraude@everest-law.be) of via ons contactformulier op de website (https://www.everest-fraud.be/contact/


How to organize a bullet-proof fraud investigations team: tips and tricks – 30 January 2020 – IFA-training

Blogbericht delen

Op 30 januari e.k. geven Stijn De Meulenaer en Mathieu Baert, in samenwerking met het IFA, een training voor private fraudeonderzoekteams.  Onderzoekers moeten er steeds over waken dat ze wel werken volgens de letter van de wet.  Indien ze de wettelijke bepalingen niet volgen, lopen ze het risico dat hun onderzoek niet als bewijslast kan gebruikt worden.

De privacy-regels voor de verwerking van data, onderzoek van e-mails en gebruik van camera’s zullen uitgebreid aan bod komen.

Verder zullen de sprekers ingaan op de rechten van de ondervraagde tijdens een interview, zoals het recht op bijstand van een advocaat, het verbod om dwang uit te oefenen en de verplichting om de geïnterviewde te informeren over zijn rechten.


Page 2 of 4123...Last
Scroll Up