Blog

Anti-witwaswetgeving versus basisbankdienst: een moeilijk evenwicht

Weigeren bankrekening onderneming in de toekomst moeilijker

 

Sinds 2003 zijn Belgische banken verplicht om aan consumenten die erom vragen basisbankdiensten aan te bieden. De verplichting om ondernemingen die diensten aan te bieden bestond vroeger niet. Gezien de zware verplichtingen die door de anti-witwasregelgeving rusten op banken wensen zij immers zelf te bepalen welke ondernemingen ze als cliënt aannemen. Als gevolg hiervan hebben ondernemingen in bepaalde sectoren moeilijkheden bij het vinden van een kredietinstelling die hun financiële zaken wil behartigen en soms weigert om een bankrekening te openen. Om hierop een antwoord te bieden is er momenteel een wetsvoorstel dat banken verplicht om in een basisbankdienst voor ondernemingen te voorzien.

 

Uitgangspunt van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel van 27 maart 2019 benadrukt het belang voor elke onderneming om te kunnen beschikken over een bankrekening, zodat die op volwaardige wijze aan het economisch verkeer kan deelnemen. Bovendien stellen de indieners van het wetsvoorstel dat het gebruik van giraal geld aangemoedigd dient te worden, met het oog op de strijd tegen witwassen en de financiering van criminele activiteiten.

 

Als uitgangspunt bepaalt het voorstel dat elke in België gevestigde onderneming het recht heeft om een bankrekening te openen bij een kredietinstelling van haar keuze. De beperking tot ondernemingen met een Belgische vestigingseenheid vindt haar grondslag in de anti-witwaswet, die van openbare orde is. De uit deze wetgeving voortvloeiende verplichtingen zouden voor kredietinstellingen immers onredelijk zwaar worden wanneer zij ook aan buitenlandse ondernemingen basisbankdiensten moeten verschaffen.

 

De diensten die een bank minimaal moet aanbieden hebben grotendeels betrekking op betalingsverrichtingen. Onder meer betalingstransacties d.m.v. betaalinstrumenten en overschrijvingen vallen hieronder. Het is van belang dat een onderneming niet beperkt wordt in haar keuze van betaalinstrument. In dat opzicht moet het voor een onderneming mogelijk zijn om niet alleen online transacties te verrichten, maar ook binnen de kantoren van de kredietinstelling.

 

De kredietinstelling moet op haar website op een goed zichtbare plaats alle informatie over de door haar te verschaffen basisbankdienst vermelden.

 

Weigering bankrekening

Elke weigering van een basisbankdienst door een kredietinstelling moet uitdrukkelijk en in voldoende mate gemotiveerd worden, tenzij deze motivering de nationale veiligheid of de openbare orde in het gedrang zou brengen. Ook de verplichtingen voortvloeiend uit de anti-witwaswet kunnen een beperkte motivering verantwoorden. Meer bepaald indien een kredietinstelling op basis van de anti-witwaswet informatie omtrent een onderneming verplicht heeft gemeld aan de Cel Financiële Informatieverwerking. In dat geval geldt het mededelingsverbod voortvloeiende uit artikel 55 van de anti-witwaswet.

 

Een onderneming aan wie een basisbankdienst reeds drie keer geweigerd is kan zich wenden tot de basisbankdienst-kamer. Deze zal in de maand volgend op de maand waarin de aanvraag gebeurde een kredietinstelling aanwijzen die verplicht is om basisbankdiensten te verlenen aan de betrokken onderneming.

 

Omdat ondernemingen waaraan een basisbankdienst geweigerd wordt veelal actief zijn in witwasgevoelige sectoren dient de Koning luidens het wetsvoorstel specifieke risico-beperkende maatregelen of een gedragscode uit te werken voor de ondernemingen in de betrokken sector.

 

In sommige gevallen is een kredietinstelling verplicht om een basisbankdienst aan een onderneming te weigeren.

Enerzijds kan de anti-witwaswetgeving aan een bank de verplichting opleggen om een bepaalde cliënt te weigeren. Hierbij dient de kredietinstelling echter de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het uitgangspunt van het wetsvoorstel blijft immers dat alle ondernemingen recht hebben op een basisbankdienst.

 

Anderzijds kan de verlening van een basisbankdienst geweigerd worden wanneer de onderneming in kwestie reeds een andere betaalrekening heeft, tenzij die zal worden opgeheven of als die betaalrekening niet voldoende is om daarmee de voor haar professionele activiteit uit te voeren.

 

Voor meer informatie lees je alles na op de website van De Kamer  of lees over onze ervaring terzake.

 

 


Stijn De Meulenaer spreker op seminarie over fiscale regularisatie anno 2019

Fiscale regularisatie 2019

Ons kantoor is al geruime tijd één van de marktleiders op vlak van begeleiding van fiscale regularisatiedossiers.  Alhoewel de thematiek in de media niet meer zoveel aandacht krijgt dan enkele jaren geleden, blijft het thema erg actueel én blijft het mogelijk om fiscale regularisatiedossiers in te dienen bij het Contactpunt voor Regularisaties (CPR).

Alhoewel de basis dezelfde is gebleven (druk van de bancaire sector en de fiscus die spaarders ertoe aanzet om meestal in het buitenland verborgen kapitaal en inkomsten op dit kapitaal verlaat aan te geven en ‘in te klaren’, zijn de parameters die van belang zijn om een regularisatie door te voeren sterk gewijzigd.

Een eerste vaststelling is dat de gemakkelijke dossiers (bv. een particulier met een spaarrekening op zijn naam in Luxemburg) doorgaans reeds zijn rechtgezet.  De dossiers die overblijven, zijn vaak ingewikkelder en/of exotischer dan voorheen, wat de techniciteit en ook soms het terugvinden van bewijzen verzwaart.

Een tweede vaststelling is dat de internationale gegevensuitwisseling nu wel echt op gang is gekomen.  De Common Reporting Standards (CRS) zorgen ervoor dat de Belgische fiscus automatisch gegevens ontvangt van Belgische onderdanen die nog beschikken over buitenlands kapitaal.  De verwachting is dat de fiscus in de komende jaren meer en meer actie zal ondernemen tegen belastingplichtigen waarover via de CRS wordt gemeld.

Een derde vaststelling is dat spaarders die besloten om hun kapitaal onder te brengen in een buitenlandse vennootschap of constructie, op dit moment vaak nog ontsnappen aan de automatische gegevensuitwisseling, maar anderzijds wel aanvoelen dat ook zij onder druk komen.  De Europese verplichting om – ook in België – een zogenaamd UBO-register op te stellen (dat de uiteindelijke begunstigden of Ultimate Beneficial Owners (UBO) van een vennootschap verplicht om van hun belangen aangifte te doen, is een voorbode van wat wellicht op (korte?) termijn wereldwijd ook in vennootschapsstructuren tot meer transparantie gaat leiden.

Een vierde vaststelling is dat regulariseren nog nooit goedkoper is geworden, wel integendeel.  Ten tijde van de Eenmalige Bevrijdende Aangifte (EBA) in 2004 had de belastingplichtige de mogelijkheid om te regulariseren aan 6 of 9% van zijn verborgen kapitaal.  Vandaag bedraagt het tarief voor verjaard kapitaal 39% en volgend jaar wordt dat 40%.  Voor niet verjaarde inkomsten ligt de rekening meestal nog hoger (bv. 25% roerende voorheffing meer 24% verhoging, samen 49%).

De conclusie voor de twijfelaars is dan ook duidelijk: wacht niet tot morgen, wat u vandaag nog kan doen.  In onze praktijk zien we te vaak cliënten die lang hebben geaarzeld en uiteindelijk geen andere keuze hebben dan te regulariseren met als groot verschil dat de kostprijs veel hoger uitvalt én dat de praktijk van het CPR strenger is geworden.

Tijd om alles nog eens onder de aandacht te brengen dus.

 

Seminarie Lexalert

Op 28 juni 2019 spreekt Everest partner Stijn De Meulenaer op een seminarie met de titel “fiscale regularisatie 2019: actuele stand van zaken op fiscaal en strafrechtelijk gebied en op Vlaams en federaal niveau”.

Op dit seminarie, dat wordt georganiseerd door Lexalert, geeft Mr. Stijn De Meulenaer samen met de heer Steven Vanden Berghe (voorzitter van de Rulingcommissie, die tevens verantwoordelijk is voor de verwerking van de fiscale regularisaties middels het Contactpunt voor Regularisaties of CPR) op een interactieve manier een inkijk in de wereld van de fiscale regularisaties.

Komen aan bod:

  • Wat is regularisatie en waarom?
  • Wat zijn de risico’s van zwart kapitaal of zwarte inkomsten op fiscaal vlak?
  • Wat zijn de risico’s van zwart kapitaal of zwarte inkomsten op strafrechtelijk vlak?
  • Wanneer verjaren deze risico’s?
  • Hoe groot is de pakkans?
  • Hoe verloopt een regularisatiedossier?
  • Wie kan nog regulariseren, en wie niet meer?
  • Wat moet/kan nog geregulariseerd worden?
  • Wat dien je te bewijzen om een regularisatiedossier succesvol af te ronden?
  • Wat kost een fiscale regularisatie

Het seminarie “fiscale regularisatie 2019” wordt afgesloten met enkele moeilijkere casussen uit de praktijk, waar de sprekers hun inzicht geven over de mogelijkheid en de wijze waarop een dergelijk dossier kan worden geregulariseerd.

Inschrijven kan via de website van de organisator van het seminarie “fiscale regularisatie 2019”, Lexalert.

Gebruik onze berekeningstool om uw fiscale regularisatie in 2019 te berekenen.

U hebt mogelijk interesse in advies rond fiscale regularisatie? Contacteer onze specialisten vrijblijvend via ons contactformulier, per e-mail (anti-fraude@everest-law.be) of telefonisch (09/334.94.70).


Introductie tot de Belgische regeling inzake spijtoptanten

De spijtoptant werd in België alom bekend via de ‘Operatie Propere Handen’ die in oktober 2018 een bom legde onder het Belgisch voetbal. Tal van clubs, spelers en makelaars werden ervan verdacht betrokken te zijn bij witwasmisdrijven en private omkoping. Eén van de spilfiguren in het onderzoek, een bekende voetbalmakelaar, was bereid om in ruil voor strafvermindering verklaringen af te leggen die het onderzoek in een stroomversnelling zouden brengen. Hij wenste m.a.w. gebruik te maken van de spijtoptantenregeling, een relatief nieuwe figuur in het Belgisch strafprocesrecht.

Gelet op de recente inwerkingtreding van deze regelgeving is een woordje uitleg op zijn plaats.

Hieronder worden de essentialia van de spijtoptantenregeling dan ook kort toegelicht.

 

Ratio Legis

In navolging van de aanslagen op 22 maart 2016 in Brussel kwam de wetgever tot de conclusie dat de traditionele opsporings- en vervolgingsmethoden niet afdoende bleken in de strijd tegen zware en georganiseerde criminaliteit. In navolging van omringende landen zoals Nederland, Duitsland en Frankrijk besloot men een algemene, wettelijke regeling voor spijtoptanten te introduceren. Deze regeling had als doel om de efficiëntie van de opsporing te vergroten.

Mechanismen van strafvermindering zijn niet nieuw in het Belgisch strafrecht. Diverse misdrijfomschrijvingen voorzien in een systeem van strafuitsluitende en strafverminderende verschoningsgronden. Art. 6 van de Drugwet, op basis waarvan ‘verklikkers’ strafvermindering kunnen krijgen, is hiervan het bekendste voorbeeld.

Een alomvattende wettelijke regeling ontbrak echter.

De wet van 22 juli 218, in werking getreden op 17 augustus 218, voerde een reeks artikelen in die de spijtoptantenregeling vorm geven.

Definitie

Een spijtoptant wordt in artikel 216/1 Sv. gedefinieerd als een persoon die substantiële, onthullende, oprechte en volledige verklaringen aflegt inzake de betrokkenheid van anderen en desgevallend de eigen betrokkenheid bij de misdrijven bedoeld in artikel 90ter, §§2 tot 4 Sv. en die in ruil daarvoor toezeggingen krijgt van het Openbaar Ministerie.

Voorwaarden

De spijtoptant dient in zijn verklaringen belangrijke en betrouwbare informatie vrij te geven. Het moet ook gaan om informatie die het Openbaar Ministerie nog niet kent. Deze verklaringen gelden slechts als steunbewijs. Om tot veroordeling over te gaan zullen er andere bewijsmiddelen aangebracht moeten worden waarin de verklaringen van de spijtoptant bevestigd worden. De kracht van deze regelgeving is echter dat de verklaring van de spijtoptant slechts een aanzet is die leidt tot de opsporing van bijkomend bewijsmateriaal.

Het akkoord tussen de spijtoptant en het Openbaar Ministerie wordt opgetekend in een schriftelijk memorandum. Hierin worden onder meer de feiten vermeld waarover de spijtoptant verklaringen zal afleggen. Ook de beloofde toezeggingen van het Openbaar Ministerie worden hierin opgetekend. Zowel de spijtoptant als de procureur des Konings ondertekenen het memorandum. Het weze aangestipt dat het memorandum de overeenkomst vormt op basis waarvan de spijtoptant en het Openbaar Ministerie met elkaar zullen samenwerken. De verklaringen van de spijtoptant worden er dus niet in opgenomen.

De beslissing om de spijtoptantenregeling in een concreet geval toe te passen gaat uit van het Openbaar Ministerie, dat immers op basis van het opportuniteitsbeginsel bepaalt of een vervolging wenselijk is. Hierbij dient het rekening te houden met het subsidiariteitsbeginsel. Enkel wanneer de traditionele, minder verregaande opsporingsmethoden niet blijken te volstaan kan het Openbaar Ministerie gebruik maken van de spijtoptantenregeling als laatste redmiddel. Daarenboven behoort het Openbaar Ministerie te onderzoeken of de spijtoptantenregeling tot nuttige info kan leiden, gelet op de voorliggende feiten.

 

Gevolgen

Het openbaar ministerie kan in ruil voor de verkregen informatie toezeggingen doen aan de spijtoptant op drie vlakken. Ten eerste op het gebied van de strafvordering, daarnaast op het vlak van de strafuitvoering en ten slotte op het vlak van de hechtenisfase.

Het openbaar Ministerie voert bij het bepalen van de toezeggingen een proportionaliteitstoets door. Het toegekende voordeel moet afgemeten worden aan het door de spijtoptant gepleegde misdrijf en het misdrijf waarover hij verklaringen heeft afgelegd. Op die manier zullen er geen voordelen toegekend worden aan spijtoptanten die een zwaar misdrijf plegen, maar slechts verklaringen afleggen over kleine misdrijven.

De spijtoptant blijft burgerrechtelijk aansprakelijk voor het door hem gepleegde misdrijf. Sterker nog, de ondertekening van het memorandum zorgt voor een onweerlegbaar vermoeden van fout in hoofde van de spijtoptant. Slachtoffers van een misdrijf kunnen hun schade aldus onverminderd verhalen op de dader van het misdrijf.

 

Onze dienstverlening

Het fraudedepartement van Everest heeft een ruime ervaring met (ondernemings)strafrecht en begeleidt zowel daders als slachtoffers van fraude.  Ook in de “Operatie Propere Handen” zijn wij actief als raadsman van de Pro League (burgerlijke partij).  Wij zijn evident met de nieuwe regeling omtrent spijtoptanten vertrouwd, en bespreken graag met u de mogelijkheden in uw concrete zaak.


Gastcollege witwassen UGent

Op dinsdag 19 maart geven Stijn De Meulenaer en Mathieu Baert een gastcollege over witwassen op de Universiteit Gent, Faculteit rechten, aan de studenten 2e master Criminologie.

Het onderwerp van het gastcollege is witwassen, en de volgende onderdelen komen aan bod:

Everest fraud is verheugd dat haar expertise op het vlak van witwassen ook op academisch vlak erkenning krijgt, en stelt haar kennis graag ten dienste van toekomstige professionals in het fraudelandschap.


Jasmien Jaques wint pleitwedstrijd Gentse balie

Het fraudeteam van Everest onderscheidt zich bij het pleiten.  Op de pleitwedstrijd van de Gentse balie nam onze jongste medewerkster Jasmien Jaques het in een pittig pleidooi op tegen 6 andere stagiair-advocaten.

Jasmien bracht een mooi opgebouwd pleidooi, waarin zij met de nodige flair en naturel en hier en daar doorspekt met wat humor zowel de jury als het publiek meenam in haar redenering.  Zij deed dit op een danig overtuigende wijze dat de jury besloot om haar als overwinnaar uit te roepen.

Een jaar lang prijkt de wisselbeker “Pleitwedstrijd Georges Debras” hierdoor opnieuw op ons kantoor.

Als laureaat van de Gentse balie zal Jasmien, exact 20 jaar na haar stagemeester Stijn De Meulenaer (die in 1999 de Brusselse pleitwedstrijd won), in april 2019 deelnemen aan de internationale pleitwedstrijd der Zuidelijke Nederlanden in Breda.

Het winnend pleidooi van Jasmien kan binnenkort ook online bekeken worden.

 

 


Everest-fraud geeft fraudeopleiding aan banken

Onze ervaring op vlak van fraudebeheersing en -bestrijding alsook compliance wordt ook gesmaakt door de banksector.

Zo hebben 8 Belgische banken ons gevraagd om, samen met het onafhankelijk fraud auditkantoor I-Force, een 10 dagen durende opleiding rond fraudebeheersing- en bestrijding te verzorgen.

Tijdens deze opleiding, die loopt van januari tot april 2019, helpen wij de banken om zich nog beter te wapenen in de strijd tegen zowel interne als externe bankfraude.

Enkele hot topics die aan bod komen zijn: het statuut van de private fraude onderzoeker, de privacywetgeving en de compatibiliteit van fraude onderzoek met de GDPR Verordening.

Daarnaast analyseren we verschillende onderzoeksmethoden en maatregelen die de banken hanteren in hun strijd tegen fraude vanuit juridisch oogpunt, waarbij we telkens nagaan op welke wijze de banken deze best integreren in hun werking.

Meer in het bijzonder staan we stil bij de volgende concrete vragen:

  • hoe verhoudt het recht op privacy van een bankmedewerker of een klant zich op de mogelijkheden om fraude te onderzoeken?
  • kan de fraude onderzoeker de e-mails van een bankmedewerker inzien om zich ervan te vergewissen dat er geen fraude werd gepleegd?
  • welke garanties geeft een fraude onderzoeker best aan iemand die hij interviewt?
  • mag een fraude onderzoeker zich toegang verschaffen tot de bankrekening van een klant of medewerker?
  • kan de bankier wanneer er fraude wordt vastgesteld overgaan tot bevriezing van de rekening?
  • hoe incorporeert de fraude afdeling van de bank de GDPR best in haar werking?

Tenslotte staan wij stil bij de mogelijkheid om het fraudebeleid van de bank in te kapselen in een fraud policy, omdat dit de meeste mogelijkheden biedt om, met respect voor de privacy van de klant of bankmedewerker, op een transparante wijze fraudeonderzoek uit te voeren zonder nadien te worden teruggefloten door een rechtbank.

Een boeiend en actueel thema, waar de nodige voorbereiding meer mogelijkheden biedt dan men op het eerste zicht soms mogelijk acht.

 

 


Juristenkrant: Panama-gates

De panama-papers: wat nu?

Na een lange periode waarin terreur de Belgische nieuwsberichten domineerde voelde het bijna nostalgisch aan om nog eens een week lang hoofdzakelijk over fiscale fraude te mogen worden ingelicht. Alhoewel iedereen eigenlijk al jarenlang weet heeft van het bestaan van buitenlandse constructies in Panama en andere al dan niet paradijselijke oorden, kon de media de lokroep blijkbaar niet weerstaan om naar aanleiding van de zogenaamde Panama-papers haar verkoop- en kijkcijfers de hoogte in te jagen. Zowat overal weerklonk vooral de populistische klok waarin voor het gemak iedereen over dezelfde kam werd geschoren en de kreet ‘fraude!’ luid weergalmde.

Los nog van het feit dat niet alles wat op Panama gebeurt frauduleus is (denk alleen maar aan de vele schepen die onder Panamese vlag varen zonder frauduleuze insteek), is fraude sowieso een generieke term, die vele ladingen dekt.


Pers: Eindstrijd voor uw verborgen vermogen in het buitenland

artikel De Standaard van 7.12.2017 - Eindstrijd voor uw verborgen vermogen in het buitenland

Pers: Wit is het nieuwe zwart

artikel Successieplanning van 19.10.2016 - Wit is het nieuwe zwart

Pers: Verjaard maar niet vergeten

artikel De Standaard van 21.06.2016 - Verjaard maar niet vergeten

Page 1 of 212
Scroll Up